donderdag 28 februari 2008

[Stickman] Deel 1, 2, 3

Een tijd terug ben ik begonnen met het maken van een stripje. Het gaat over een stokje, stickman, die zich alleen op de wereld voelt. Hij besluit om naar een andere wereld te gaan. Daar maakt hij allemaal andere dingen mee. Hier deel 1, 2 en 3.
Helaas passen de plaatjes niet binnen de breedte van deze blog en is het hosten van plaatjes via deze site ook niet handig. Vandaar een link. Het verhoogt de drempel om te kijken, ik weet het.

dinsdag 26 februari 2008

Fobie

De deur gaat piepend open. Ik doe voorzichtig een stap naar binnen. Achter de balie staat een vrouw die me vriendelijk toelacht. ‘Kom verder jongeman! Hang je jas maar aan de kapstok. Heb je een afspraak?’ Voordat ik kan antwoorden ben ik al in een stoel gedrukt en krijg ik een folder in mijn handen. ‘Er komt zo wel iemand voor je.’ Terwijl ik van de schrik bekom, kijk ik de ruimte eens rond.

Het lijkt wel een kippenhok. Waarom ben ik hier eigenlijk? Ik druk de gemiddelde leeftijd met minimaal 15 jaar. Overal praten mensen met elkaar. Boven bepaalde stoelen hangen enorme afzuigkappen. En overal zijn mensen met scharen in de weer. Iedereen krijgt wel een persoonlijke behandeling.
Daar is de prijs ook wel naar.

Op deze plaats komen twee van mijn fobiën bij elkaar: verplichte gesprekken en het gegeven dat er fouten gemaakt worden zonder dat ik er iets aan kan doen. Waar ik ben? De kapper.

‘Kom maar mee.’ Daar begint het gedoe. Gelukkig krijg ik de goede kapster aangewezen. Die andere twee weten namelijk niet zo goed hoe ze moeten omgaan met mijn type haar. Als ik dan zeg: “haal er maar een paar centimeter af” sta ik kaal buiten. Gelukkig weet deze kapster aardig hoe het moet. Na de lastige vraag hoe ik het geknipt wil hebben, gaat ze aan de slag.

Opeens steekt een fobie de kop op. De vrouw naast me (eentje met zo’n afzuigkap) draait zich om en vraagt me hoe oud ik ben. Omdat het onbeleefd is om niet te antwoorden, zeg ik ‘21’. ‘Zo jong nog?!’ Ze klapt bijna achterover van verbazing. Alsof mensen van 21 niet naar de kapper moeten. ‘Oh, dan studeer je vast nog!’ zegt ze, nog enthousiaster dan net. ‘Dat klopt mevrouw, ik studeer theologie.’ Ik had het niet moeten zeggen. In elk gesprek dat ik voer, waarin ter sprake komt dat ik theologie studeer, beginnen mensen over hun persoonlijke problemen. En zo ook nu. Zelfs de kapper luisterde aandachtig mee. Te aandachtig. Opeens zucht de kapster diep. ‘Oeps!’ hoor ik haar zeggen. ‘Wat is er?’ Eigenlijk hoef ik het niet te vragen. Ik weet al hoe laat het is. ‘Nou, ik heb iets teveel er af geknipt. Maar, als ik er nog een klein stukje afhaal dan staat het nog best wel leuk, denk ik.’ Ik ga maar akkoord, wat kan ik anders doen?

Als ze eindelijk klaar is met knippen, mag ik weer gaan. Verlost! Helaas moet ik nog flink betalen om buiten te komen. Maar dan ben ik weer verlost van mijn angsten. Voor een paar maanden. Misschien is het tijd voor een thuiskapper.

maandag 25 februari 2008

Hey, Michel!

In gedachten verzonken loopt ze door het park. Hoe zou het met hem gaan? Hoe gaat het nu met zijn leven? Zou hij ook nog aan mij denken? Ze weet het niet. Ze loopt rustig verder, maar ze kan de gedachte aan hem toch niet loslaten. Negen jaar geleden hadden ze elkaar voor het laatst gezien. Ze kan het zich herinneren als de dag van gister. Het was een stralende dag in juni. Ze hadden gezoend, hoewel ze dat eigenlijk niet zo verstandig vond. Ze kon niet zo goed verklaren waarom ze dat toen onverstandig vond. Onder een oude eikenboom hadden ze elkaar nog toegefluisterd: ‘ik laat je nooit gaan.’ Hoe onnozel kon ik zijn? Nu wist ze wel beter.

Nog bijna dagelijks komt ze langs die oude eik gefietst, op weg naar haar werk. Elke keer als ze de eik ziet, denkt ze aan hem. Ze kon de gedachte vandaag weer niet omzeilen. Zou ik de enige zijn die zich zoiets herinnert? Onwillekeurig moet ze lachen bij de gedachte. Natuurlijk is zij de enige die dat doet. Normale mensen doen zoiets niet. Toch?

Telkens weer die gedachte. Hoe ze samen over straat liepen, hand in hand. Vaak nadat ze eerst bij haar thuis wat gedronken hadden. Lopend door het park, de stad in. Soms gingen ze op een bankje zitten en keken ze urenlang naar allerlei mensen. Grote mensen, kleine mensen. Blanke mensen, zwarte mensen. Uitgepraat over mensen en over elkaar leken ze nooit. Wat een heerlijke tijd was dat. Ze hoopte dat al die mensen haar ook zagen, gelukkig als ze was. Samen met hem kon ze de wereld aan. Dat mochten ze zien. Abrupt kwam er aan haar droom een einde.

“Ik moet je iets vertellen,” zei hij voorzichtig. Aan zijn toon wist ze al hoe laat het was. “Ik ga voor onbepaalde tijd naar het buitenland. Ik vertrek morgen.” Tranen stonden in haar ogen. Op het moment zelf kon ze niets zeggen, overmand door emoties. Later die dag belde ze hem op. Ze had geschreeuwd aan telefoon: “Ik wil met je mee!” Hij had heel koel de boot afgehouden. Nachtenlang lag ze huilend op bed. Had ze het niet zien aankomen? Waarom deed hij zo? Wist hij dit al langer? Alle contact werd verbroken.

Na jaren had hij haar een kaartje gestuurd. “Hoi Anouk, ik ben weer terug in Nederland. Ik woon nu in Den Haag, vlakbij het strand. Gelukkig getrouwd, word papa! Groetjes, Michel.” Auw! Wat!?... Hoe kon hij?... Meent hij dit serieus?... Ze had hem niet direct terug durven schrijven. Stel je voor dat hij zou weten dat ik nog steeds aan hem denk. Uiteindelijk had ze toch de moed gevat. Een kort kaartje met daarop de boodschap dat ze hem toch graag eens wilde zien.

Ze hadden elkaar ontmoet. Zijn vrouw was er ook bij. Het was best een gezellige middag geweest. Leuke vrouw. Hij was ook nog steeds erg leuk. Ze had niet verteld dat ze nog steeds wel kriebels voor hem had. Dat kon ze ook niet maken. Michel had honderduit verteld over zijn vrouw, over hoe ze elkaar ontmoet hadden. Ze leken zo gelukkig samen. Soms liet hij een hint vallen dat hij het jammer vond dat ze zo abrupt afscheid hadden genomen. Maar wat kon hij anders? Ook zijn hele wereld ging op de kop, en daar wilde hij haar niet in meetrekken.

Na afloop van de avond zat ze in haar auto, op weg naar huis. Halverwege stopte ze op een parkeerplaats, pakte haar pen en krabbelde wat regels op papier.

Je was mijn eerste en slechtste liefde.
Het had alleen maar zo fout kunnen gaan
Maar is dat nu niet juist de manier waarop je leert?
Hey Michel, ik wil je gewoon laten weten
Dat nu iemand anders mijn hart heeft gestolen
En een andere vrouw jouw ogen vermaakt.
Maar dat betekent niet dat ik niet aan je denk
Ik hoop alleen maar dat ze je goed behandelt.

Ze heeft hem nooit dat briefje gegeven. Misschien droomt ze het alleen maar…

donderdag 21 februari 2008

Een brief aan de premier

Betreft: Kosovo
Geachte heer Balkenende,

Via diverse media is mij ter ore gekomen dat Nederland nog even wil wachten met het erkennen van de staat Kosovo. Totdat er wat meer helderheid is en misschien de kruitdampen zijn opgetrokken. Dat bericht verbaast mij. Ik zal u uitleggen waarom. Tegelijk wil ik u duidelijk maken waarom u niet voor de onafhankelijkheid van Kosovo dient te zijn.

EU-gezanten en afgevaardigden van de VS hebben in het geheim maandenlang gewerkt aan de grondwet. Het lijkt mij zeer sterk dat u daar niets vanaf weet. Ook het gegeven dat er een Nederlandse topdiplomaat ingezet wordt, zet aan tot denken. Staan er misschien andere belangen, zoals Servische oorlogsmisdadigers op het spel? Of was er laatst niet ook al iets, waardoor de relatie met Servië onder druk kwam?

Hoe dan ook, ik wil u oproepen om die onafhankelijkheidsverklaring niet te ondertekenen. Het zou het hek van de dam betekenen. Niet alleen voor de Basken in Spanje, die ook onafhankelijk willen zijn. Dat gaat vast niet gebeuren en u bent dan medeplichtig. En natuurlijk willen we niet dat FC Barcelona haar Nederlandse spelers moet ontslaan. Ook voor de Friezen in Nederland zou het tekenen positief zijn. Al jaren broedden zij op het plan om een eigen land te beginnen. Ik geloof dat er in het diepst geheim, met medewerking van Russische en Servische ambtenaren al een begin is gemaakt aan een eigen grondwet. U zou deze ontwikkeling alleen maar stimuleren.

Geruchten gaan dat Hawaï en Californië, bij winst van John McCain ook zich willen afscheiden van de VS. Dit omdat zij voorzien dat er een langdurig wereldwijd conflict gaat ontstaan. Alaska zou ook interesse getoond hebben in die afscheiding.

U bent nu, als minister-president der Nederlanden medeverantwoordelijk voor bovenstaand scenario. De onafhankelijkheid van de Friezen zal ten koste gaan van de Waddenzee, want ze moeten ergens olie vandaan halen. Marianne Thieme stelt al genoeg kamervragen, niet? Als we gaan onderhandelen met de Friezen, stuurt u dan alstublieft Hero Brinkman. Succes verzekerd.

Een hartelijke, broederlijke groet.

maandag 18 februari 2008

Humor is wiskunde

Sorry!

Take my world apart..

I am the only one to blame for this
Somehow it all ends up the same
Soaring on the wings of selfish pride
I flew too high and like Icarus I collide

With a world I try so hard to leave behind
To rid myself of all but love, to give and die

To turn away and not become
Another nail to pierce the skin of one who loves
More deeply than the oceans,
More abundant than the tear
Of a world embracing every heartache

Can I be the one to sacrifice
Or grip the spear and watch the blood and water flow

(To want you) take my world apart
(To need you) - I am on my knees
(To love you) - take my world apart
(To need you) - broken on my knees

All said and done I stand alone
Amongst remains of a life I should not own
It takes all I am to believe
In the mercy that covers me

Did you really have to die for me?
All I am for all you are
Because what I need and what I believe are worlds apart

I look beyond the empty cross
forgetting what my life has cost
and wipe away the crimson stains
and dull the nails that still remain
More and more I need you now,
I owe you more each passing hour
the battle between grace and pride
I gave up not so long ago
So steal my heart and take the pain
and wash the feet and cleanse my pride
take the selfish, take the weak,
and all the things I cannot hide
take the beauty, take my tears
the sin-soaked heart and make it yours
take my world all apart
take it now, take it now
and serve the ones that I despise
speak the words I can't deny
watch the world I used to love
fall to dust and thrown away
I look beyond the empty cross
forgetting what my life has cost
so wipe away the crimson stains
and dull the nails that still remain
so steal my heart and take the pain
take the selfish, take the weak
and all the things I cannot hide
take the beauty, take my tears
take my world apart,
take my world apart
I pray, I pray, I pray
take my world apart

Jars of Clay - Worlds Apart

Er zijn wel gedeelten die ik zou kunnen cursiveren, maar eigenlijk is het hele nummer mooi.

zondag 17 februari 2008

Plas op!!

Er zijn maar weinig dingen in het leven die ik écht smerig vind, naast de sneeuw die in Nederland doorgaans valt. En dat heeft te maken met – jawel – de titel van deze blog.

Mannen kennen het fenomeen urinoir van binnen en buiten. Tenminste, dat mag ik hopen. Vrouwen horen dit fenomeen minder goed te kennen. Het lijkt me sterk dat zij wel eens in een openbaar toilet per ongeluk expres tóch de mannen-WC ingelopen zijn. Wij mannen doen dat bij hen ook niet. Toch?

Als je aankomt in een openbaar mannentoilet, dan tref je daar urinoirs aan. Prachtige uitvindingen. Niks geen gehannes met een toiletbril, goed richten om tóch in de pot en niet óp de rand te plassen. Gewoon, rits open en gaan.

Veel mannen – en zo ook ik – hebben een voorkeur voor welk urinoir je neemt. Niet de eerste, die gebruikt iedereen. Maar, als iedereen dat denkt, gebruikt niemand die! Ook de tweede niet, want die is nooit doorgetrokken. Dan de derde maar. En als je geluk hebt de vierde. Komt er dan nog iemand bijstaan, dan zal hij uit beleefdheid pot nummer twee pakken. Want pot één gebruikt iedereen al. En als hij drie neemt, dan wekt dat ook bepaalde suggesties op.

Lekker boeiend, zou je zeggen. Waar het me om gaat – wat ik dus smerig vind – is dat pot nummer twee vaak niet doorgetrokken is. Kort onderzoek heeft me uitgewezen dat het soms ook bij andere urinoirs het geval is. Bah! Ik zal het maar eerlijk toegeven: ik snap die mannen niet. Door die urinoirs word het je al zo makkelijk gemaakt. Het scheelt je al zoveel tijd, neem dan ook even de moeite om door te trekken. Blijkbaar is dat teveel moeite.

Laatst betrapte ik iemand op heterdaad. Helaas kon ik hem vanuit mijn positie niet zien. Maar ik kon me er wel een voorstelling van maken. Een baard van een paar dagen, een bleek gezicht, vale ogen. Wat langer, onverzorgd haar en een pet op zijn hoofd. Een kwart naar links gedraaid. Zijn kleren oud en rafelig. Ook in zijn schoenen zitten gaten. In gedachten was ik al een naam – en een beroep – aan het bedenken. Maar een beroep, daar kwam ik niet op. Het zal vast een zwerver geweest zijn.

Na het laten van zijn behoefte hoorde ik hem niet doortrekken. Ook de kraan hoorde ik niet gaan. Wel sloeg vrij direct de deur dicht. De viespeuk. Wat voor bezigheden zou hij hebben, die belangrijker zijn dan het doorspoelen van het toilet? Wat voor een leven moest deze man wel niet hebben…

Genoeg drama. Het zal zo’n vaart niet gelopen hebben. Ook een zwerver zal hij niet geweest zijn, want bij mij op school komen – voor zover ik weet – niet voor. Zeker niet op de tweede verdieping. Maar, hierbij dan een oproep aan alle mannen: Trek gewoon ff lekker door!

dinsdag 12 februari 2008

Jezus’ antwoorden op vragen, deel I: Lekker puh!

Een korte serie van blogs over antwoorden die Jezus geeft op vragen van farizeeërs, saduceeërs en schriftgeleerden. De manier waarop Jezus antwoord geeft intrigeert me vaak mateloos. Dat wil ik graag met jullie delen.

Lekker puh!
Dat is de eerste gedachte die bij me opkomt als Jezus spreekt tegen de oudsten van het volk in Mattheus 21 (vers 23-27). Lekker puh! Bekijk het maar. De oudsten en hogepriesters komen naar hem toe. In de tempel, een plaats waar over het algemeen veel mensen waren. Ze stellen hem daar een vraag, zoals ze wel vaker een vraag stelden. “Jezus, vertel ons eens, op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? En wie heeft u die bevoegdheid gegeven?” Ze doelen op de vele wonderen en tekenen die Jezus gedaan heeft in het land. Ik kan me goed voorstellen dat het in die tijd gebruikelijk was om een wonder of een teken te doen in naam van iemand. In de naam van God, bijvoorbeeld. Zo spraken de profeten ook. Door in naam van iemand te spreken krijgt je teken betekenis.

Jezus gebruikt blijkbaar geen naam. In de hoofdstukken voor dit gedeelte vertelt Mattheus over genezingen, maar er staat niet namens wie Jezus dat doet. In het gedeelte direct voor deze confrontatie verhaalt Mattheus over een vijgenboom die Jezus laat verdorren. Ook in eerdere gebeurtenissen, zoals de storm op het meer, noemt Jezus geen naam namens wie hij spreekt. Het ligt voor de hand om te zeggen: Ja, Jezus spreekt namens zichzelf! Het is heel logisch om dat te zeggen, want het is waar. Jezus doet dat ook, want hij heeft daar zelf de macht voor. Maar als hij dat zou vertellen dan wordt hij direct opgepakt. Door zijn eerdere daden kan hij dat simpelweg niet maken. Hij vergaf zonden en liet mensen opstaan uit de dood. Dat zijn dingen die alleen God kan. Geen probleem toch? Want Jezus is ook God!

Daar dachten de Joden anders over. Het is godslastering om zulke dingen te zeggen en te doen. Om zo direct te genezen en zeggen dat je God zelf bent, die is gek. In andere gedeelten van het evangelie zie je ook dat de farizeeërs hem daarop proberen te pakken. Te verleiden op een uitspraak dat hij God is. Dan hebben ze tenminste reden om hem te arresteren.

Jezus ontwijkt de vraag, omdat hij weet wat er zou gebeuren als hij eerlijk zou antwoorden. Hij stelt ze een wedervraag. Als ze die vraag beantwoorden, dan zal Jezus ook zeggen namens wie hij zijn tekenen doet. “In wiens opdracht doopte Johannes (de doper)?” Het blijft even stil onder de oudsten. Dan beginnen ze driftig te overleggen. Een paar mensen lopen rood aan. “Als we zeggen: van de hemel, dan zal hij tegen ons zeggen ‘waarom hebben jullie hem niet geloofd’? Maar als we zeggen: van de mensen, dan krijgen we het volk over ons heen, want iedereen gelooft dat Johannes een profeet was.’” Mooie patstelling. Jezus heeft ze klem, met één vraag.

Hoe kan dat? De oudsten beseffen heel goed wat er aan de hand is. Ze vonden dat Johannes de Doper niet goed wijs was. Zijn boodschap viel niet goed, want het ondermijnde hun gezag. Dat hadden ze namelijk wel goed geregeld, hun gezag en positie. En die wilden ze koste wat kost ook bewaren. Dat lijkt het grondmotief voor hun overleg te zijn. Als ze toegeven dat Johannes de Doper namens God sprak, dan begingen ze overduidelijk een zonde (en dat kunnen ze niet maken). Maar als ze hem als mens beschouwden zonder enige bevoegdheid, dan zou het volk in opstand komen (en dat kunnen ze ook niet gebruiken). Het volk zag namelijk wel wat in Johannes, en was onder de indruk van zijn optreden.

Het gaat hier helemaal niet om een godsdienstig antwoord, maar om een politieke kwestie. En dat lijkt ook het motief te zijn van de vraag die ze aan Jezus stelden. Aardse politiek, wel te verstaan. Bedoeld om hun eigen positie hoog te houden. En daar doet Jezus niet aan mee. Het zou zijn opdracht in gevaar kunnen brengen. Jezus kan het zich niet permitteren om toe te geven, want dan zou hij opgepakt worden. Door gebruik te maken van een wedervraag ontwijkt hij zijn plicht tot antwoorden. De oudsten zijn niet in staat (ze hebben wel een antwoord, maar kunnen dat niet geven) om te antwoorden: “Wij weten het niet”. Het antwoord van Jezus is helder. “Dan zeg ik u ook niet op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe.”

Als we dit verhaal vandaag lezen, dan kunnen we zeggen: Jezus deed het uit naam van God. Maar de les eruit lijkt: soms is het beter om niet te vertellen uit wiens naam je iets doet. Om niet te happig te zijn op elke kans om Jezus’ naam te verkondigen. Geen woorden, maar daden.

Verwachtingen

Vroeger zei ik altijd dat ik geen verwachtingen had. Van nieuwe mensen, dingen en situaties. Maar dat is helemaal niet waar. Ik had ze wel, maar durfde ze niet uit te spreken.

maandag 11 februari 2008

Gedachten...

Postmodernist: Iemand die alleen e-mailt.
Premodernist: Iemand die alleen e-meeuwt.

Think twice! You might see it otherwise.

Geluid. Bescherming tegen de stilte.


Het gegeven dat we wél het ultieme antwoord (42) weten, maar niet de ultieme vraag, verbaast me. Volgens mij is het andersom en weten we wel de vraag, maar niet het antwoord. Wat die vraag is? Daar zullen we het antwoord nooit op weten.

Generalisatietest

Het is veel gehoord. Sommige groepen in deze samenleving neigen nogal naar een overhaaste generalisatie. Daar ben ik me ook van bewust en heb daarom deze test ontwikkeld. Het doel ervan is om na te gaan wie er generaliseren. Simpel, maar erg effectief. De test gaat als volgt:

Generalisatietest
Welkom bij deze test. De test bestaat uit een korte vraag. Als u deze met 'ja' kunt beantwoorden, dan bent u schuldig aan overhaaste generalisatie.

> Bent u man?

Bedankt voor uw moeite!

zondag 10 februari 2008

Nieuw speeltje

Gewoon om eens te proberen...

donderdag 7 februari 2008

Mist

Met je hoofd in de wolken, maar toch met beide benen op de grond.

woensdag 6 februari 2008

Een vrij-dogmatisch christendom

De titel van deze gedachtenreeks had ook andersom kunnen zijn: een dogma(tisch)-vrij christendom. De betekenis is (qua associatie) dan gelijk heel anders geworden. Terwijl ik er toch hetzelfde mee bedoel. De termen ‘vrij’ en ‘dogmatisch’ hebben voor mij in dit geval te maken met een stijl van christendom. Je kunt het christendom op twee manieren invullen. Als een organisatie, of als een organisme.

Als ik denk aan een vrij-dogmatisch christendom, dan zou dat een ideaalplaatje betekenen. Want volgens mij kan het een niet zonder het ander. Ik meen dat ook terug te zien in de geschiedenis van de kerk. Sommige stromingen waren heel vrij, maar daar werd losbandigheid troef, of de inhoud vervaagde. Andere stromingen waren zo sterk georganiseerd dat er in de praktijk niets aan te beleven viel.

Vrij-dogmatisch betekent dan niet dat er héél véél dogma’s, leerstellingen, zijn. Ik geloof dat die wel nodig zijn, om structuur aan te brengen in dat wát je gelooft. En dat het je ook vooral helpt om uit te leggen naar andere mensen wat en waarom je gelooft. Het biedt je houvast. Het strijdt tegen een te sterk op beleving gerichte cultuur, waarin je eigen gevoel maatstaf is. Als je het even niet weet, blijft er altijd iets over om op terug te vallen. Een teveel ervan zorgt volgens mij voor verstarring. Een krampachtige houding in het leven. Precies bepalen wat je nu wel en niet, daar wordt niemand echt gelukkig van. Om dit aan te tonen zou ik kunnen zeggen dat iedereen een bepaalde mate van vrijheid nodig heeft. Omdat iedereen verschillend is. Iedereen beleeft dus ook op een andere manier. Waar je die grens trekt, dat is lastig te bepalen. In elk geval moet je niet doorschieten.

Een dogma-vrij christendom zou het gevolg daarvan zijn. Omdat iedereen verschillend is, beleef je dingen anders. Dus mag je dingen ook anders zien. Je mag de bijbel anders interpreteren. Op basis van wetenschappelijk onderzoek valt er heel wat af te dingen op de inhoud. Bijvoorbeeld. Je zou het dan zelfs niet zo letterlijk hoeven nemen, want het gaat vooral om de gedachte. Niemand die je tegenhoudt. Passie voor andere mensen zou je hoogste goed kunnen zijn. Bijdragen aan een betere wereld, met als voorbeeld Jezus. Gekomen om de mensheid de weg te wijzen in omgang met andere mensen.

In beide stromingen zit een kern van waarheid. Beide stromingen komen ook voor in de praktijk. Ik heb er alleen één probleem mee. Ze kunnen in mijn optiek niet zonder elkaar. Want allebei is waar. Je hebt aan de ene kant die vrijheid nodig om de dingen op je eigen manier te doen, maar je hebt ook een basis nodig om vanuit te werken. Een kant die de nadruk legt op het doen en een kant die de nadruk legt op waarom je het doet. Die zouden elkaar ook in evenwicht moeten houden.

In de praktijk is een combinatie van deze stromingen vrijwel onmogelijk. Mensen zitten verschillend in elkaar. Dat zorgt ervoor dat ze óf meer naar organisatie neigen óf meer naar organisme. En daar kun je weinig aan doen. Ze vinden dan in de kerk niet de dingen die zij belangrijk vinden. Als je vooral bent van het doen in de praktijk, dan is een kerk met veel theoretische mensen niets voor je. ‘Organismemensen’ worden ongelukkig in een organisatiekerk. En andersom.

Ik word in beide ongelukkig.

One step closer to knowing?

Mooi hoor, een blogtitel. Maar wat bedoel je daar precies mee? En waar komt het vandaan?

Dat vroeg ik mezelf ook af. Wat ik me ook afvroeg is: wat ga ik überhaupt neerzetten op zo'n blog? Word het een dagboek? Wat mij betreft niet. Het gaat mij niet om dagelijkse beslommeringen, dingen die ik meemaak. Behalve als ik er 'iets' van maak. Dit is dan meer een plaats waar creatieve uitwerkingen komen. Visueel, tekstueel.

En waar de titel vandaan komt?

I'm 'round the corner from anything that's real
I'm across the road from hope
I'm under a bridge in a rip tide
That's taken everything I call my own

One step closer to knowing
One step closer to knowing
One step closer to knowing
Knowing, knowing

I'm on an island at a busy intersection
I can't go forward, I can't turn back
Can't see the future
It's getting away from me
I just watch the tail lights glowing

(Chorus)

I'm hanging out to dry
With my old clothes
Finger still red with the prick of an old rose
Well the heart that hurts
Is a heart that beats
Can you hear the drummer slowing?

One step closer to knowing
One step closer to knowing
One step closer to knowing
To knowing, to knowing, to knowing

U2 - One step closer

dinsdag 5 februari 2008

Naar psalm 103

Loof de HERE, mijn ziel, en al wat in mij is, zijn heilige naam. (Psalm 103:1)

Daar zit David dan, op zijn stoel in het paleis. Terugdenkend aan alle dingen die God hem gegeven heeft. De goede dingen (vers 4b-5), maar ook het redden uit de slechte dingen (vers 3-4a). Er blijft voor hem maar één conclusie over. Loof de Here! Hij ziet het als een opdracht. God is zo goed geweest. Zelfs in de donkerste perioden van zijn leven. En die heeft David veel gehad. Benauwd en omringd door vijanden. Domme acties, waarin hij bewust zondigde. Ook in ziekte en doodsangsten was God nabij.

Daarom verdient God het om geloofd te worden. Het bijzondere daaraan is dat het daarbij niet gaat om hoe wij dat beleven. Of om wat God gedaan heeft. Nee, God loven omdat Hij God is, dat Hij er is. Dat is niet altijd makkelijk, want jouw ervaring kan dat tegenspreken. God lijkt dan misschien heel ver weg. Maar Hij heeft beloofd er te zijn, daar mag je op vertrouwen.

En loven, met alles wat in je is. Dat is een tweede opdracht. Ik moet daarbij denken aan David die danst voor de ark. Aan David die liederen speelt voor Saul. Aan David die Goliath verslaat. Loven, met alles wat in je is. God loven is dus meer dan alleen liederen zingen. Hoewel dat een belangrijke plaats inneemt in de praktijk. God de lof geven gaat verder. Dat moet iets worden van jezelf, ook in je daden. Dat gaat misschien niet direct vanzelf, maar toch is het iets wat we moeten doen.

Een onderdeel daarvan is niet vergeten wat God gedaan heeft. Dat is lastig, want iets dat goed ging vergeet je tien keer sneller dan iets dat verkeerd ging. De dingen die God gedaan heeft, neigen we ook te vergeten. En wat we fout deden, daar worden we op afgerekend, toch? Juist niet! In vers 10 zegt David daar wat over. Hij wil dat we juist gericht zijn op de dingen die God gegeven heeft, die goed gingen. Om het te bekijken van de positieve kant.

Die neiging om achteraf dingen weg te verklaren of te vergeten, waar komt die vandaan? Zijn we misschien massaal bang om te vertrouwen? Om de touwtjes uit handen te geven? Raken we dan de controle kwijt…

Welke controle, eigenlijk?
De HERE heeft zijn troon in de hemel gevestigd, zijn koningschap heerst over alles. (Psalm 103:19)

maandag 4 februari 2008

Ik wel!

“Kun je me horen?” In de trein van Utrecht naar Arnhem stoot de vrouw naast me mij aan. Ik doe mijn oordoppen uit. “Ja, dat lukt me wel,” antwoord ik. “Oh mooi. Is dit de trein naar Amersfoort?” Ik denk twee tellen na over de vraag. Hoezo Amersfoort? “Nee, deze trein gaat naar Arnhem en stopt alleen nog in Ede-Wageningen.” De vrouw zucht eens diep. “Ik moet naar Amersfoort. Ik zit al in deze trein vanaf Rotterdam. En ik dacht: Rotterdam, Gouda, Utrecht, Amersfoort.” Ik moet ongewild lachen, want die treinen rijden er inderdaad wel. Ik kijk vluchtig uit het raam en zie station Maarn voorbij razen. “In Ede rijdt er een rechtstreekse trein naar Amersfoort, maar de aansluiting op deze trein is heel erg krap,” zeg ik. Ze lijkt opgelucht. Ze pakt haar spullen en staat op. Ik laat haar passeren.

‘Ze moest eens weten’, denk ik bij mezelf. Die trein gaat ze nooit halen. En inderdaad, zodra we station Ede binnenrijden, rijdt de trein naar Amersfoort weg. Misschien heeft ze de trein niet zien vertrekken, want als ik uit de trein stap, loopt ze snel voor me uit. Op weg naar spoor 1, waar die trein vertrekt. Ik overweeg nog even om haar achterna te lopen. Teruggaan naar Utrecht zou beter zijn voor haar. Dan is ze eerder in Amersfoort. Ik besluit het niet te doen, want een blik op mijn horloge vertelt me dat ik haast moet maken. Mijn bus gaat namelijk over twee minuten. Ik zet het op een rennen. Gelukkig haal ik nog net de aansluiting. Ik wel.

In de bus is het rustig. Op wat studenten na zit er niemand. Na een paar loze haltes stopt hij bij het centrum. Een vrouw van middelbare leeftijd en een jonge vrouw stappen in. “Tweemaal naar Veldhuizen, alstublieft.” De buschauffeur kijkt naar de strippenkaart. “Dat gaat niet, mevrouw. Maar u kunt wel een euro-kaartje kopen.” De vrouw kijkt om en lijkt te overleggen. “Ja, doe dat maar” hoor ik de jonge vrouw zeggen. De oude vrouw duikt haar tas in, op zoek naar haar portemonnee. Die vindt ze gelukkig vrij snel. Geen muntjes.

‘Dat heb ik weer’, denk ik bij mezelf. Geen wonder dat die bussen altijd vertraging hebben. Na wat gerommel pakt ze een briefje van twintig euro. ‘Het moet niet gekker worden, zeg.’ Ook de buschauffeur lijkt even verrast. Nu moet hij op zijn beurt op zoek in zijn tas. Drie briefjes van vijf, en twee minuten later rijden we weer. Nog drie haltes, en dan moet ik eruit. Ik kijk vast of ik nog alles bij me heb. Weekendtas, rugtas, OV-jaarkaart. Als we bushalte Klaphekweg voorbijrijden wil ik op het stopknopje drukken, maar iemand is me voor. Alsof die persoon bang is dat de buschauffeur niet op tijd zal stoppen. Bij het uitstappen sla ik bijna iemand om de oren met mijn tas, zoals gebruikelijk, maar daar geef ik niet zoveel om. Ik sta buiten en loop snel naar huis. Ik wel.

Al die andere mensen in de bus, waar gaan zij heen? Ik weet het niet. En om eerlijk te zijn, ik hoef het ook helemaal niet te weten. Ik heb wel genoeg aan mezelf.

Ieder begin is moeilijk

Althans, zo lijkt het wel. Nieuwe dingen zijn vaak onbekend. En als je niet weet waar je heen gaat, waarom zou je er dan gaan? Er zijn mensen genoeg die het weten. Avonturiers, liefhebbers van het onbekende. Aan mij is dat meestal niet besteed. Maar toch, een blog (het rijmt!).

Een verzamelplaats van gedachten, al dan niet uitgewerkt.

One step closer to knowing...