dinsdag 26 februari 2008

Fobie

De deur gaat piepend open. Ik doe voorzichtig een stap naar binnen. Achter de balie staat een vrouw die me vriendelijk toelacht. ‘Kom verder jongeman! Hang je jas maar aan de kapstok. Heb je een afspraak?’ Voordat ik kan antwoorden ben ik al in een stoel gedrukt en krijg ik een folder in mijn handen. ‘Er komt zo wel iemand voor je.’ Terwijl ik van de schrik bekom, kijk ik de ruimte eens rond.

Het lijkt wel een kippenhok. Waarom ben ik hier eigenlijk? Ik druk de gemiddelde leeftijd met minimaal 15 jaar. Overal praten mensen met elkaar. Boven bepaalde stoelen hangen enorme afzuigkappen. En overal zijn mensen met scharen in de weer. Iedereen krijgt wel een persoonlijke behandeling.
Daar is de prijs ook wel naar.

Op deze plaats komen twee van mijn fobiën bij elkaar: verplichte gesprekken en het gegeven dat er fouten gemaakt worden zonder dat ik er iets aan kan doen. Waar ik ben? De kapper.

‘Kom maar mee.’ Daar begint het gedoe. Gelukkig krijg ik de goede kapster aangewezen. Die andere twee weten namelijk niet zo goed hoe ze moeten omgaan met mijn type haar. Als ik dan zeg: “haal er maar een paar centimeter af” sta ik kaal buiten. Gelukkig weet deze kapster aardig hoe het moet. Na de lastige vraag hoe ik het geknipt wil hebben, gaat ze aan de slag.

Opeens steekt een fobie de kop op. De vrouw naast me (eentje met zo’n afzuigkap) draait zich om en vraagt me hoe oud ik ben. Omdat het onbeleefd is om niet te antwoorden, zeg ik ‘21’. ‘Zo jong nog?!’ Ze klapt bijna achterover van verbazing. Alsof mensen van 21 niet naar de kapper moeten. ‘Oh, dan studeer je vast nog!’ zegt ze, nog enthousiaster dan net. ‘Dat klopt mevrouw, ik studeer theologie.’ Ik had het niet moeten zeggen. In elk gesprek dat ik voer, waarin ter sprake komt dat ik theologie studeer, beginnen mensen over hun persoonlijke problemen. En zo ook nu. Zelfs de kapper luisterde aandachtig mee. Te aandachtig. Opeens zucht de kapster diep. ‘Oeps!’ hoor ik haar zeggen. ‘Wat is er?’ Eigenlijk hoef ik het niet te vragen. Ik weet al hoe laat het is. ‘Nou, ik heb iets teveel er af geknipt. Maar, als ik er nog een klein stukje afhaal dan staat het nog best wel leuk, denk ik.’ Ik ga maar akkoord, wat kan ik anders doen?

Als ze eindelijk klaar is met knippen, mag ik weer gaan. Verlost! Helaas moet ik nog flink betalen om buiten te komen. Maar dan ben ik weer verlost van mijn angsten. Voor een paar maanden. Misschien is het tijd voor een thuiskapper.

1 opmerking:

Anoniem zei

Ik houd ook niet van kappers..
Als begrip dan, mijn stamkapper is best aardig^^ En de meisjes die bij hem werken ook;)

Misschien keer ruilen van kapper..?:P