In gedachten verzonken loopt ze door het park. Hoe zou het met hem gaan? Hoe gaat het nu met zijn leven? Zou hij ook nog aan mij denken? Ze weet het niet. Ze loopt rustig verder, maar ze kan de gedachte aan hem toch niet loslaten. Negen jaar geleden hadden ze elkaar voor het laatst gezien. Ze kan het zich herinneren als de dag van gister. Het was een stralende dag in juni. Ze hadden gezoend, hoewel ze dat eigenlijk niet zo verstandig vond. Ze kon niet zo goed verklaren waarom ze dat toen onverstandig vond. Onder een oude eikenboom hadden ze elkaar nog toegefluisterd: ‘ik laat je nooit gaan.’ Hoe onnozel kon ik zijn? Nu wist ze wel beter.
Nog bijna dagelijks komt ze langs die oude eik gefietst, op weg naar haar werk. Elke keer als ze de eik ziet, denkt ze aan hem. Ze kon de gedachte vandaag weer niet omzeilen. Zou ik de enige zijn die zich zoiets herinnert? Onwillekeurig moet ze lachen bij de gedachte. Natuurlijk is zij de enige die dat doet. Normale mensen doen zoiets niet. Toch?
Telkens weer die gedachte. Hoe ze samen over straat liepen, hand in hand. Vaak nadat ze eerst bij haar thuis wat gedronken hadden. Lopend door het park, de stad in. Soms gingen ze op een bankje zitten en keken ze urenlang naar allerlei mensen. Grote mensen, kleine mensen. Blanke mensen, zwarte mensen. Uitgepraat over mensen en over elkaar leken ze nooit. Wat een heerlijke tijd was dat. Ze hoopte dat al die mensen haar ook zagen, gelukkig als ze was. Samen met hem kon ze de wereld aan. Dat mochten ze zien. Abrupt kwam er aan haar droom een einde.
“Ik moet je iets vertellen,” zei hij voorzichtig. Aan zijn toon wist ze al hoe laat het was. “Ik ga voor onbepaalde tijd naar het buitenland. Ik vertrek morgen.” Tranen stonden in haar ogen. Op het moment zelf kon ze niets zeggen, overmand door emoties. Later die dag belde ze hem op. Ze had geschreeuwd aan telefoon: “Ik wil met je mee!” Hij had heel koel de boot afgehouden. Nachtenlang lag ze huilend op bed. Had ze het niet zien aankomen? Waarom deed hij zo? Wist hij dit al langer? Alle contact werd verbroken.
Na jaren had hij haar een kaartje gestuurd. “Hoi Anouk, ik ben weer terug in Nederland. Ik woon nu in Den Haag, vlakbij het strand. Gelukkig getrouwd, word papa! Groetjes, Michel.” Auw! Wat!?... Hoe kon hij?... Meent hij dit serieus?... Ze had hem niet direct terug durven schrijven. Stel je voor dat hij zou weten dat ik nog steeds aan hem denk. Uiteindelijk had ze toch de moed gevat. Een kort kaartje met daarop de boodschap dat ze hem toch graag eens wilde zien.
Ze hadden elkaar ontmoet. Zijn vrouw was er ook bij. Het was best een gezellige middag geweest. Leuke vrouw. Hij was ook nog steeds erg leuk. Ze had niet verteld dat ze nog steeds wel kriebels voor hem had. Dat kon ze ook niet maken. Michel had honderduit verteld over zijn vrouw, over hoe ze elkaar ontmoet hadden. Ze leken zo gelukkig samen. Soms liet hij een hint vallen dat hij het jammer vond dat ze zo abrupt afscheid hadden genomen. Maar wat kon hij anders? Ook zijn hele wereld ging op de kop, en daar wilde hij haar niet in meetrekken.
Na afloop van de avond zat ze in haar auto, op weg naar huis. Halverwege stopte ze op een parkeerplaats, pakte haar pen en krabbelde wat regels op papier.
Je was mijn eerste en slechtste liefde.
Het had alleen maar zo fout kunnen gaan
Maar is dat nu niet juist de manier waarop je leert?
Hey Michel, ik wil je gewoon laten weten
Dat nu iemand anders mijn hart heeft gestolen
En een andere vrouw jouw ogen vermaakt.
Maar dat betekent niet dat ik niet aan je denk
Ik hoop alleen maar dat ze je goed behandelt.
Ze heeft hem nooit dat briefje gegeven. Misschien droomt ze het alleen maar…
Nog bijna dagelijks komt ze langs die oude eik gefietst, op weg naar haar werk. Elke keer als ze de eik ziet, denkt ze aan hem. Ze kon de gedachte vandaag weer niet omzeilen. Zou ik de enige zijn die zich zoiets herinnert? Onwillekeurig moet ze lachen bij de gedachte. Natuurlijk is zij de enige die dat doet. Normale mensen doen zoiets niet. Toch?
Telkens weer die gedachte. Hoe ze samen over straat liepen, hand in hand. Vaak nadat ze eerst bij haar thuis wat gedronken hadden. Lopend door het park, de stad in. Soms gingen ze op een bankje zitten en keken ze urenlang naar allerlei mensen. Grote mensen, kleine mensen. Blanke mensen, zwarte mensen. Uitgepraat over mensen en over elkaar leken ze nooit. Wat een heerlijke tijd was dat. Ze hoopte dat al die mensen haar ook zagen, gelukkig als ze was. Samen met hem kon ze de wereld aan. Dat mochten ze zien. Abrupt kwam er aan haar droom een einde.
“Ik moet je iets vertellen,” zei hij voorzichtig. Aan zijn toon wist ze al hoe laat het was. “Ik ga voor onbepaalde tijd naar het buitenland. Ik vertrek morgen.” Tranen stonden in haar ogen. Op het moment zelf kon ze niets zeggen, overmand door emoties. Later die dag belde ze hem op. Ze had geschreeuwd aan telefoon: “Ik wil met je mee!” Hij had heel koel de boot afgehouden. Nachtenlang lag ze huilend op bed. Had ze het niet zien aankomen? Waarom deed hij zo? Wist hij dit al langer? Alle contact werd verbroken.
Na jaren had hij haar een kaartje gestuurd. “Hoi Anouk, ik ben weer terug in Nederland. Ik woon nu in Den Haag, vlakbij het strand. Gelukkig getrouwd, word papa! Groetjes, Michel.” Auw! Wat!?... Hoe kon hij?... Meent hij dit serieus?... Ze had hem niet direct terug durven schrijven. Stel je voor dat hij zou weten dat ik nog steeds aan hem denk. Uiteindelijk had ze toch de moed gevat. Een kort kaartje met daarop de boodschap dat ze hem toch graag eens wilde zien.
Ze hadden elkaar ontmoet. Zijn vrouw was er ook bij. Het was best een gezellige middag geweest. Leuke vrouw. Hij was ook nog steeds erg leuk. Ze had niet verteld dat ze nog steeds wel kriebels voor hem had. Dat kon ze ook niet maken. Michel had honderduit verteld over zijn vrouw, over hoe ze elkaar ontmoet hadden. Ze leken zo gelukkig samen. Soms liet hij een hint vallen dat hij het jammer vond dat ze zo abrupt afscheid hadden genomen. Maar wat kon hij anders? Ook zijn hele wereld ging op de kop, en daar wilde hij haar niet in meetrekken.
Na afloop van de avond zat ze in haar auto, op weg naar huis. Halverwege stopte ze op een parkeerplaats, pakte haar pen en krabbelde wat regels op papier.
Je was mijn eerste en slechtste liefde.
Het had alleen maar zo fout kunnen gaan
Maar is dat nu niet juist de manier waarop je leert?
Hey Michel, ik wil je gewoon laten weten
Dat nu iemand anders mijn hart heeft gestolen
En een andere vrouw jouw ogen vermaakt.
Maar dat betekent niet dat ik niet aan je denk
Ik hoop alleen maar dat ze je goed behandelt.
Ze heeft hem nooit dat briefje gegeven. Misschien droomt ze het alleen maar…

1 opmerking:
Heel mooi, goed de essentie in niet te veel woorden gevat. Leuk dat je het ook van twee kanten ziet. Complimenten van hier ;).
Een reactie posten