maandag 31 maart 2008

Morgen

‘Kom morgen maar terug, vandaag doe ik mijn eigen zin.’ Vol overtuiging had hij het uitsproken. Morgen, dan ga ik Jezus volgen. En die morgen was gekomen. Weer werd hem de vraag gesteld. Hij had geantwoord: ‘Morgen, dat zei ik gister toch ook al? Ik vind morgen een mooie dag om te beginnen.’

Het lijkt een beetje op stoppen met roken. Afvallen, of meer gaan sporten. Of om een keer aardig te zijn tegen mensen die je niet aardig vindt. Vanaf morgen, wel te verstaan. Of met het nieuwe jaar. Dat mag ook. Goede voornemens, dan heb je wat om naar uit te kijken.

Jezus volgen, dat kan ook een goed voornemen zijn. Zeker, het is altijd goed om Jezus te volgen. Maar waarom zou je er dan niet meteen mee beginnen? Net als al die andere goede voornemens. Wil je er toch stiekem niet aan? Van uitstel komt afstel. En misschien zijn het tegen die tijd wel vergeten. Dan ga ik gewoon weer mijn eigen weg.

Net als alle andere goede voornemens vraagt Jezus volgen iets van je. Alles. Sorry, simpeler kan ik het ook niet maken. En ja, wees maar niet bang, iedereen vind dat eng. Alles wat je graag deed moet op z’n kop. Of in elk geval opnieuw bekeken worden. Zijn de dingen die ik doe, wel wat Jezus wil dat ik doe?

Met die vraag kom je een heel eind. Zo kun je namelijk ook klein beginnen. Je hoeft niet in een keer je hele leven overboord te gooien. Tenminste… Wat belangrijk is, is dat je vandaag begint met Jezus willen volgen. Niet meer achter je eigen ego aanlopen, of naar je eigen geluk zoeken. Dan kom je vanzelf wel tegen waar je mee moet stoppen…
[Verschenen in het Koffiebarweekendboekje 2008]

Voorbeeld #2

Een voorbeeld geven is niet zo moeilijk. Een voorbeeld zijn wel.

zondag 30 maart 2008

Voorbeeld

Een goed voorbeeld zijn betekent niet: zeggen hoe het niet moet, maar: doen hoe het wel moet.
Da's wel een stuk lastiger.

vrijdag 28 maart 2008

Douchegel

Zouden mensen met veel lichaamshaar zich soms niet wassen met douchegel, maar met shampoo?

dinsdag 25 maart 2008

Was ik maar een trein

Vandaag was het weer raak met de treinen. Grote vertragingen als gevolg van sneeuwval. Sneeuw is niet zo uitzonderlijk. Op 25 maart al iets meer. En dan het idee dat het al Pasen is geweest. Misschien is het wel leuk om komende kerst een hittegolf te organiseren. En dan aankomende Pinksteren als het kan nog een Elfstedentocht. Lekker, snert met veel worst erin!

Maar ja, treinen dus. Ik geloof dat ik een van de weinige personen ben in Nederland die vandaag geen vertraging had, hoewel het niet veel scheelde. In Utrecht bijna nog mijn trein gemist. Dagelijks zit ik ongeveer twee uur in zo’n ding. Dat is best wel veel tijd, maar de trein is best wel comfortabel. Beter dan de bus, die bij elke rotonde een rondje moet draaien, in de file staat op de snelweg en over smalle dijkjes scheurt alsof het een vierbaanssnelweg is. En omdat ik toch een OV hebt maakt het financieel weinig uit of ik met de bus of de trein ga.

Ik zou wel eens een trein willen zijn. Gewoon, voor een dagje. Dan kwam een machinist me ophalen van het rangeerterrein. Zou hij me toespreken en ik gehoorzamen: ik zou gewoon starten en geen mankementen vertonen. En dat hij elke dag een ander heeft, nou ja, dat hoort er nu eenmaal bij.

In alle vroegte verwelkom ik dan de mensen die naar hun werk gaan. Laat ik mijn deuren sluiten en rij ik weg, op naar het volgende station. Daar zal ik wel weer wisselen van machinist en ook de conducteur zal wel anders zijn. Die van gister op het traject Amersfoort – Zwolle was trouwens niet zo lief. Hij ging heel hard omroepen in mijn microfoon dat we Zwolle hadden bereikt. Alsof de reizigers dat nog niet doorhadden.

Ik zou op tijd rijden, vriendelijk groeten naar alle andere treinen die ik tegenkwam. Niet te hard rijden, maar wel op tijd aankomen. Schoongemaakt worden door de mensen van het beheer en me dan extra goed voelen.

Ja, dat zou wat zijn. Maar ondertussen zou ik geen eigen wil hebben en alleen maar moeten doen wat anderen willen. Ik blij dat ik geen trein ben.

zondag 23 maart 2008

vrijdag 21 maart 2008

De mis in

Donderdagavond, iets voor half 8. Ik stap een kerk binnen waar ik pas één keer eerder ben geweest. Dit keer ben ik samen met Mieke. Voor haar is het de eerste keer. Best spannend. In de kerk zitten nog niet veel mensen. We nemen plaats een beetje achterin.

Als de mis begint, gaan we staan. Veel gebeurtenissen in de dienst zijn me totaal vreemd. Wij doen dat heel anders. Sowieso doen we andere dingen. Toch zijn er een hoop dingen die me aanspreken. Zoals het koor, dat veelstemmig in het Latijn een eerbiedige sfeer oproept. De wisselzang tussen koor en cantor. De diverse formulieren die gelezen worden. De teksten van de liederen, hoewel vaak in Latijn gezongen spreken vol ontzag over God. Regelmatig klinkt: Ubi caritas et amor, Deus ibi est (Waar vriendschap en liefde zijn, daar is God). Hij krijgt alle eer in deze dienst.

Vrijdagavond, iets voor half 8. Ik stap een kerk binnen. De kerk waar ik mijn hele leven al kom. Samen met mijn vrienden zoeken we een plaats. We zitten achterin, voor de verandering. Het is redelijk druk in de kerk, gelukkig maar.

Als de dienst begint gaan we staan. De gebeurtenissen in de dienst draaien zich af, precies als altijd. Zingen met het orgel, bidden om verlichting door de Geest. Dan volgt een preek. Weer zingen. Lezing van het Avondmaalsformulier en bediening van het Sacrament. Vier tafels lang. In tegenstelling tot donderdag, waar men uit de banken opstond om vooraan een hostie te halen.

De sfeer is kouder, meer gericht op het Woord. Dat is ook te merken aan de rol van de predikant. Waar in de Katholieke kerk er veel betrokkenen zijn in het leiden van de dienst, lijkt de protestantse eredienst wel een one-man-show. Veel meer gericht op het luisteren. Niet op het zien, ruiken of proeven. Hoewel, met het Avondmaal is dat wel anders. In elk geval krijgt God alle eer in deze dienst.

Ik werd meegenomen op donderdag. In een reis naar met Mysterie van Christus. Vol eerbied en ontzag werd op verschillende manieren mijn aandacht getrokken en mijn hart vervuld. En dat terwijl ik niet deelnam aan de Eucharistie.

Vrijdagavond zat ik te luisteren, als een aanhoorder van het Woord. Trok het langs me heen, maar kwam het niet dichtbij. Pas in de bediening van het Sacrament werd ik een actieve speler in de dienst.

Natuurlijk kan ik ook veel kanttekeningen plaatsen bij de gang van zaken (en inhoud) in de Mis, maar het Mysterie van Christus werd op een bijzondere manier tegenwoordig gemaakt. Ik waardeer het wel. Kunnen we enkele elementen uit zo’n mis ook niet invoegen in mijn traditie?

donderdag 20 maart 2008

Zonder titel

Op een koud en guur station,
Sta ik, 's avonds in de regen.
Denkend aan wat was,
Maar nooit meer komt.

De dagen worden langer,
maar mijn nachten korter.
Gedachten blijven dwalen.
Vormen steeds meer een verhaal.

Wat was, komt nooit meer terug.
Hoe graag ik ook zou willen.
Als de avond valt,
de nacht al komt.
Moet ik kijken naar de morgen.

dinsdag 18 maart 2008

Dwalende ogen

Wat zie je toch,
waar kijk je naar?
Je blauwe ogen gaan
steeds vluchtig
heen en weer.

Stop het! Kijk me niet aan!
Het is eng, je lijkt op mij!

De confrontatie maakt me bang.
Wat zou jij nu denken?

Helaas stap je al uit.
Had maar vaker gekeken..

maandag 17 maart 2008

Als openbaar vervoer poker was...

"NS pokert op hoog niveau en zet bussen in."

Dierenactivisten boos om verwijdering hazenlip

Van onze verslaggever – Geruchten gaan dat Marianne Thieme van de PvdD een motie wilde indienen die zou leiden tot een verbod op het verwijderen van hazenlippen. Een bron die liever onbekend wil blijven heeft getipt dat er een document klaarlag om naar de pers te gaan waarin deze wrede act tegen de dieren aan de kaak zou worden gesteld.

Je moet ergens een grens stellen, niet?

zondag 16 maart 2008

donderdag 13 maart 2008

Vragen stellen

Kinderen stellen enorm veel ‘waarom’-vragen. Ze zijn nieuwsgierig, willen dingen ontdekken. Waar ze vandaan komen, hoe ze werken. Op die manier breiden ze hun kennis van deze wereld uit en kunnen dat zelf ook gaan gebruiken. Voor een rood stoplicht moet je wachten. ‘Waarom staat een stoplicht op rood?’ Zodat het andere verkeer ook kan rijden. ‘Waarom komen ze dan niet op een ander moment daar staan, zodat ik door kan rijden?’ Dat zou niet echt een logische vervolgvraag zijn. Althans, niet voor een kind.

‘Waarom eet je die banaan nog niet op?’ Dat doe ik, omdat hij nog niet rijp is. ‘Waarom is hij nog niet rijp?’ Vruchten moeten groeien, door middel van zonlicht, voedingsstoffen en dergelijke. Zodra ze rijp zijn kun je ze eten. ‘Waarom plukken ze die vruchten dan niet pas als ze rijp zijn?’ Omdat ze ook nog vervoerd moeten worden en als ze dan al rijp zijn, dan krijgen wij ze pas als ze rot zijn. ‘Waarom verbouwen we dan niet onze eigen vruchten?’ Omdat ons weer daar niet voor geschikt is.

Eindeloos gaat het door. Sommige kinderen zijn nooit tevreden, andere zou je – bij wijze van spreken – makkelijk met een kluitje het riet in kunnen sturen. Naar mate je ouder wordt, is er steeds minder behoefte naar waarom-vragen. Enerzijds komt dat omdat je het zelf kan ontdekken, maar soms komt het ook omdat mensen die vragen gewoon niet meer stellen. Ze weten voldoende, zijn gelukkig. Op dat gebied tenminste.

Mensen die wel met hun waarom-vragen blijven rondlopen, voelen zich daardoor een stuk minder gelukkig. Want bijna niemand stelt die vragen meer. En als je ze stelt, dan weet of niemand het antwoord (nooit over nagedacht, geen behoefte aan ook) of je bent gek dat je dat vraagt. Waarom zou je dat willen weten?

Ja, dat zou ik ook wel eens willen weten. Waarom ik altijd die vragen stel. Waarom ik het zo moeilijk vind om een antwoord te accepteren, omdat er altijd wel een of ander addertje onder het gras zit. Waarom sommige mensen die vragen niet stellen, en ik wel. Waarom het niet geaccepteerd wordt dat je blijft doorvragen. En dat áls je dan een antwoord krijgt, je dat antwoord al bedacht – en verworpen – had.

Dat is best wel irritant. Vragen stellen doe je niet zomaar. Tenminste, ik niet. Vaak heb ik al nagedacht over het mogelijke antwoord. Meestal verzin ik ook wel een paar antwoorden, maar ze zijn vaak niet goed genoeg. Of ik weet niet zeker dat het een goed antwoord is. En dan sluipt er onzekerheid binnen. Over mijn antwoorden. Uit veiligheid stel ik gewoon maar domweg de vraag, net als de rest.

Leerpunt: uitspreken wat ik denk – en waarom. Meer toelichting geven bij de vraag.
Gevaar: straks weet niemand een antwoord.

dinsdag 11 maart 2008

The Far Country

Het wil wel eens gebeuren dat je je ergens niet thuis voelt. Ik ervaar dat zelf regelmatig. Ik lijk soms niet van deze wereld. Wat ik waardeer, zoek en tof vind, wijkt behoorlijk af van de gemiddelde Nederlander. Soms word ik bijna direct weggezet als achterlijk of als kortzichtig. Ach, als dat voldoening geeft...
Toch denk ik dat het wel klopt dat ik me hier niet altijd thuis voel. Soms denk ik dat het aan mij ligt. Dat ik gewoon anders ben. Helemaal, van nature. Van nature ja. Het lijkt wel alsof ik een hele andere richting op ga in het leven. Niet achter mezelf aan, of mijn eigen idealen. Dat is niet altijd makkelijk, of leuk. Maar ik denk uiteindelijk dat het wel goed is.
De titel van dit stuk heet 'the far country'. Dat is de titel van een lied van Andrew Peterson. Een begenadigd singer/songwriter uit Amerika. Hij schrijft erg beeldende en concrete teksten. Vaak over het christen zijn en de moeilijke kanten die dat meebrengt. Het is niet dat je alleen voor je lol christen bent.
The Far Country dus. Ik herken me erin. Het verduidelijkt voor mij in elk geval het 'niet thuis voelen'. Het voelt als een reis.
Father Abraham
Do you remember when
You were called to a land
And didn’t know the way

‘Cause we are wandering
In a foreign land
We are children of the
Promise of the faith

And I long to find it
Can you feel it, too?
That the sun that’s shining
Is a shadow of the truth

This is a far country, a far country
Not my home

In the dark of the night
I can feel the shadows all around me
Cold shadows in the corners of my heart

But the heart of the fight
Is not in the flesh but in the spirit
And the spirit’s got me shaking in the dark

And I long to go there
I can feel the truth
I can hear the promise
Of the angels of the moon

This is a far country, a far country
Not my home

I can see in the strip malls and the phone calls
The flaming swords of Eden
In the fast cash and the news flash
And the horn blast of war
In the sin-fraught cities of the dying and the dead
Like steel-wrought graveyards where the wicked never rest
To the high and lonely mountain in the groaning wilderness
We ache for what is lost
As we wait for the holy God
Of Father Abraham

I was made to go there
Out of this far country
To my home, to my home
Andrew Peterson - The Far Country

Een wereld van verschil

Dat is het zeker! Een heel verschil. Maar…

Het is niet het verschil tussen arm en rijk. Hoewel dat ook een wereld van verschil is. Maar daar merken wij weinig van, hier in het rijke gedeelte van de wereld. Het is eigenlijk best oneerlijk verdeeld. Maar, zolang wij het goed hebben, prima toch?

Het is niet het verschil tussen blank en zwart. Hoewel dat ook een wereld van verschil is. Dat verschil zit hem natuurlijk in de huidskleur, maar ook in de cultuur en mentaliteit. Zouden er nog meer verschillen zijn daartussen?

Het is niet het verschil tussen dag en nacht. Hoewel dat ook een wereld van verschil is. Sommige mensen vinden het juist fijn om in de nacht te leven, terwijl anderen niet zonder het licht kunnen. Ik kan niet zonder licht, maar geniet ook van de nacht.

Het is niet het verschil tussen geloven en niet geloven. Hoewel dat ook een wereld van verschil is. Een niet voor te stellen verschil. Radicaal anders. Als het goed is dan.

Het is niet het verschil tussen op vakantie gaan en weer thuis zijn. Hoewel dat ook een wereld van verschil is. Hoewel dat er wel op lijkt. Vakantie is fijn, want je bent even weg uit je dagelijkse sleur. Opnieuw opladen.

Het is het verschil tussen thuis wonen en niet thuis wonen. Da’s pas een wereld van verschil. Opeens ben je zelf verantwoordelijk voor alle aspecten van het huishouden. Schoonmaken, koken, wassen, op tijd naar bed gaan, boodschappen doen, sociale contacten, indelen van je ritme. En dat kan best wel even wennen zijn. Je eigen verantwoordelijkheid opnemen kan ook in stapjes. Dan ga je eerst op kamers en kom je elk weekend thuis. Dan blijf je weekenden weg. Uiteindelijk stap je over naar iets wat écht van jezelf is. Lijkt me een leuk verschil, trouwens.

Die zelfstandigheid past wel bij studenten. Die bepalen immers zelf hoe ze hun leven inrichten. Daarom moeten alle studenten verplicht eens op kamers gewoond hebben, of een deel van hun studie in het buitenland volgen. Ik stel voor dat er een commissie voor in het leven geroepen wordt. Zij hebben voor hun campagne een slagzin nodig. Nou goed, die heb ik alvast!

Op jezelf wonen: Een wereld van verschil.

zondag 9 maart 2008

Home improvement

Een van de Tv-series die ik vroeger het leukst vond, moet toch wel Home Improvement zijn. Om het type van de humor en om de situaties die zich voordeden, moest ik altijd hard lachen. De klusser en zijn onhandige helper, de buurman waarvan je het gezicht nooit zag. Ik vroeg me altijd af hoe zijn tuin er uit zou zien.

Sinds ik een eigen ‘home’ heb, ben ik ook wel eens aan het nadenken over improvement. Een studentenkamer is leuk, maar zou je er nog meer mee kunnen doen? Misschien is de eerste vraag zelfs wel: hoe ga ik het leuk inrichten? Ik zit inmiddels twee jaar op kamers en het bevalt me nog prima. Gelukkig heb ik ook een vrij ruime kamer. En een aparte slaapkamer. Toch droom ik ook wel eens over verbeteringen of veranderingen van huis.

Het lijkt me best leuk om helemaal op mezelf te wonen. Gewoon, helemaal je eigen ding. Als er dan haren in het doucheputje zitten, weet je zeker dat ze van jou zijn. Verschillende kamers om dingen in te doen. Een woonkamer, slaapkamer, keuken, extra kamer, enzovoorts. En afhankelijk van de situatie een balkon of een zolder.

Er zijn twee dingen die ik in zo’n huis van mezelf écht wil hebben. Gewoon, omdat het leuk is! De eerste is een ballenbak. Je weet wel, waar je vroeger in speelde bij de McDonalds. Waar je dan na tien minuten liet omroepen: “Willen de ouders van André hem uit de ballenbak komen halen? Hij heeft alle ballen op kleur gesorteerd en wil een nieuwe uitdaging.” Met een ballenbak van jezelf gebeurt dat niet. Want nadat je ze op kleur gesorteerd hebt, ga je ze om en om leggen. Mijn ballenbak is idee is niet origineel, maar ik wil het wel erg graag.

Het tweede is een kamer die volledig op z’n kop is. Lamp op de vloer, meubels op het plafond vastgezet. De deuropening dus ook andersom: je moet er echt instappen. Totaal niet functioneel, want je kunt er nergens zitten. Maar wel leuk. Een boekenkast zou wel goed kunnen, want het maakt niet uit of je die op z’n kop neerzet of niet. Zo’n kamer lijkt me erg leuk. Misschien werkt het zelfs wel gewichtsloosheid in de hand.

Wat zou jij aan je huis willen verbeteren, als je er een zou hebben?

vrijdag 7 maart 2008

Yes we can!

Het klinkt een beetje als een Bob de Bouwer (waarom schreef ik dit in eerste instantie als Bauer??) uitspraak, maar is toch afkomstig van iemand anders. Van een man met een enorm charisma. En met de kwaliteiten om een fatsoenlijk debat te voeren. Wil de echte leider opstaan? Hij heeft het gedaan. In de race om het presidentschap van de US of A staat hij voor in de peilingen. Op een vrouw, nota bene. En wat voor vrouw!
In debatten is hij sterker. Hij maakt een solide indruk, heeft - naar het schijnt - een goed programma. Hij heeft alleen één probleem. Hij is zwart. Nouja, bruin. Maar dat telt ook als zwart, tegenwoordig. Mensen gaan hem daar (figuurlijk, misschien ook wel letterlijk) op afrekenen. Er zit een diepe kloof in die samenleving. Zoals er wel veel meer kloven zijn. Hij neemt de taak op zich om die kloof te dichten, net als een beroemde voorganger van hem deed. Die kwam ongelukkig aan zijn einde (doodgeschoten). Zou er sindsdien veel veranderd zijn? Ik weet het niet.
In Nederland loopt ook zo'n man rond. Veel charisma. Alleen zijn programma is minder sterk. En zijn manier van communiceren ook. Ook hij had een voorganger (doodgeschoten). Deze man maakt echter een kloof in de samenleving, in plaats van die te dichten. Beide mannen gebruiken dezelfde taktieken. De media is hun grootste wapen. Waar in Amerika diverse artiesten en invloedrijke personen hem steunen, zie je in Nederland het tegenovergestelde. Hele protestbewegingen komen op gang. Allemaal om die ene man te stoppen. Zou het in Amerika ook zo ver komen?
Die Amerikaan heeft de steun van het volk nodig. Anders wordt hij domweg niet gekozen. Die Nederlander ook. Laten wij dan, als Nederlanders, onze stem gelden in een beweging voor eenheid. Ongeacht religie, huidskleur, afwijkingen of stemgedrag. Want wij hebben ook een stem. Je kan je echter wel machteloos voelen. Maar denk dan nog eens aan die Amerikaan en die Nederlander. Allebei hebben ze de steun van het volk nodig. Kunnen wij daar wat aan doen? Yes we can!

Te laat!

Vijf voor half twaalf. Verschrikt kijk ik nog eens op mijn horloge. Ja, het is echt vijf voor half. Opschieten dan maar, want de trein vertrekt over een kwartier. Daar moet ik nog hard voor gaan fietsen. Gelijk schiet de herinnering aan gister me weer te binnen. Dat was ongeveer een zelfde situatie, maar dan om half vier. Gisteren stormde het ook nog flink. Wind tegen op bepaalde stukken. Uitgeput was ik toen op het station aangekomen, maar de trein bleek tien minuten vertraagd. Had vast ook wind tegen.

De twijfel schiet naar binnen. Toch haasten, of er vanuit gaan dat de trein vertraging heeft? Vandaag stormt het niet. Haasten, dan maar. Ik trek mijn schoenen aan, doe mijn OV in de broekzak en gris de sleutels van het kastje af. Nog een laatste controle. Heb ik alles bij me? Ik loop met stevige passen de galerij af en sprint naar beneden. Fiets van slot, gaan met die banaan.

Over het bruggetje, langs de twee Islamitische basisscholen. Geheel terzijde hoor, maar wat doen twee Islamitische basisscholen direct naast elkaar, terwijl er twee straten verderop nóg een ligt? Zouden de kinderen van die scholen ook ruzie met elkaar maken, zoals wij dat vroeger in het dorp deden? Wij, de christenen, tegen hen, de heidenen? En dan na schooltijd afspreken bij het bos. Om oorlogje te spelen, maar dan anders… Of zouden ze gezamenlijk acties bereiden tegen de gereformeerde basisschool, die eveneens in de wijk ligt? Misschien toch maar eens vragen aan die ouders.

Terwijl ik daar over na dacht, ben ik bijna bij het station. Bij de overgang moet ik nog nét wachten op de trein naar Amersfoort. En die gaat om twee over half, maar nu met vijf minuten vertraging. Er is nog hoop. Ik knal mijn fiets op mijn vaste plekje bij het station neer. Een vast plekje, want mijn fiets staat altijd op ongeveer dezelfde plek. Net als alle andere fietsen op het station.

Ik loop richting de stationstunnel (nee, in Ede doen we niet aan stationsgebouwen) en zie daar dat de trein naar Utrecht een vertraging heeft van tien minuten. En die naar Nijmegen allemaal vijftien tot twintig minuten. Dat betekent dat ik gewoon een trein eerder heb! Het lijkt een beetje op tijdrijzen, maar dan andersom. Maar ik weet ondertussen wel wat ik morgen doe…