Ik begin de nare gewoonte te ontwikkelen om voor het slapen nog even een paar bladzijden te lezen uit een boek. Meestal is dat een leesboek. Ter ontspanning. Werkt prima, ik slaap er iets sneller van in. Niet heel veel.
Vanavond begon ik aan de laatste paar bladzijden van mijn boek over intelligente mensen. Een psycholoog heeft een aardig boek geschreven waarin ik mezelf sterk herken. Ik kan goed uit de voeten met zijn tips en verhalen, hoewel ik het over het algemeen wel een beetje plat (plat in de zin van: te aards) vind. In het kader van: there's gotta be more to life.
Blijkt meneer de wetenschapper het niet mee eens! Hij introduceert namelijk de theorie van het niets. En om maar meteen met de deur in huis te vallen: 'Zielsverhuizing, reïncarnatie, eeuwig leven, aanschijn van God - het is niet aannemelijk. Het zijn verkrampte zingevingsconstructen, wensdromen om de nuchtere waarheid te ontlopen.' Dat je het weet!
Gelukkig komt er een wel doordacht vervolg antwoord: 'Dé zin van het leven bestaat niet, maar naar mijn mening is een persoonlijke zingeving essentieel in een mensenleven, een must. Een persoonlijk doel geeft kracht en motivatie en relativeert ziekte en tegenslag.' (...) 'Het menselijk brein bijvoorbeeld is 'gewoon' een product van de voortschrijdende evolutie, we spreken van bewustzijn toen zelfreflectie mogelijk werd, toen wijzelf het object werden van ons eigen denken en waarnemen.' Vervolgens in één adem een kort - argumentloos - verhaal dat de evolutietheorie én de bijbehorende Bigbang-theorie de verklaring vormen van ons leven.
En dat vind ik van een zelftoegedicht intelligent persoon jammer. Als een olifant huishouden in de religieuze porseleinkast is niet zo moeilijk. Een aantal uitspraken doen waarom God niet zou bestaan eveneens. De kille, wetenschappelijke, manier van kijken zegt daar veel over. Overhaaste generalisatie en kromme vergelijkingen zijn het gevolg. Vroeger was ik nog wel eens onder de indruk van dat soort mensen. Een hoop bombarie. Tegenwoordig lig ik er niet meer wakker van (hoewel het me nu wel van slapen afhoudt).
Maar ach, misschien is dit allemaal ook wel een persoonlijke keuze van hem. Het is zijn manier om te dealen met de werkelijkheid. Om de pijn van het niets te verzachten. Het is in elk geval wel makkelijk. Beweren dat er niets is verlost je inderdaad van een hoop ellende. Je hoeft nergens voor te leven. Maar maakt dat het waard? Sterker nog; is het waar?
Gelukkig ben ik door het lezen van zijn boek tot inzicht gekomen dat ik intelligent genoeg ben om mijn eigen keuzes te maken. En bovendien; ik ben nog nooit aannemelijk overtuigd dat God niet zou bestaan. Want wat pleit nu eigenlijk voor het niet-bestaan van God?
Vanavond begon ik aan de laatste paar bladzijden van mijn boek over intelligente mensen. Een psycholoog heeft een aardig boek geschreven waarin ik mezelf sterk herken. Ik kan goed uit de voeten met zijn tips en verhalen, hoewel ik het over het algemeen wel een beetje plat (plat in de zin van: te aards) vind. In het kader van: there's gotta be more to life.
Blijkt meneer de wetenschapper het niet mee eens! Hij introduceert namelijk de theorie van het niets. En om maar meteen met de deur in huis te vallen: 'Zielsverhuizing, reïncarnatie, eeuwig leven, aanschijn van God - het is niet aannemelijk. Het zijn verkrampte zingevingsconstructen, wensdromen om de nuchtere waarheid te ontlopen.' Dat je het weet!
Gelukkig komt er een wel doordacht vervolg antwoord: 'Dé zin van het leven bestaat niet, maar naar mijn mening is een persoonlijke zingeving essentieel in een mensenleven, een must. Een persoonlijk doel geeft kracht en motivatie en relativeert ziekte en tegenslag.' (...) 'Het menselijk brein bijvoorbeeld is 'gewoon' een product van de voortschrijdende evolutie, we spreken van bewustzijn toen zelfreflectie mogelijk werd, toen wijzelf het object werden van ons eigen denken en waarnemen.' Vervolgens in één adem een kort - argumentloos - verhaal dat de evolutietheorie én de bijbehorende Bigbang-theorie de verklaring vormen van ons leven.
En dat vind ik van een zelftoegedicht intelligent persoon jammer. Als een olifant huishouden in de religieuze porseleinkast is niet zo moeilijk. Een aantal uitspraken doen waarom God niet zou bestaan eveneens. De kille, wetenschappelijke, manier van kijken zegt daar veel over. Overhaaste generalisatie en kromme vergelijkingen zijn het gevolg. Vroeger was ik nog wel eens onder de indruk van dat soort mensen. Een hoop bombarie. Tegenwoordig lig ik er niet meer wakker van (hoewel het me nu wel van slapen afhoudt).
Maar ach, misschien is dit allemaal ook wel een persoonlijke keuze van hem. Het is zijn manier om te dealen met de werkelijkheid. Om de pijn van het niets te verzachten. Het is in elk geval wel makkelijk. Beweren dat er niets is verlost je inderdaad van een hoop ellende. Je hoeft nergens voor te leven. Maar maakt dat het waard? Sterker nog; is het waar?
Gelukkig ben ik door het lezen van zijn boek tot inzicht gekomen dat ik intelligent genoeg ben om mijn eigen keuzes te maken. En bovendien; ik ben nog nooit aannemelijk overtuigd dat God niet zou bestaan. Want wat pleit nu eigenlijk voor het niet-bestaan van God?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten