zondag 27 april 2008

Kerkelijk inconsequent

Sorry, makkelijker kon ik de titel niet maken. Maar ik vraag me gewoon even af waarom men in de 'reformatorische gezindte' vaak (terecht) fel is tegen het selectief gebruik van losse bijbelpassages, maar men wel elke zondag heel selectief delen (vaak kleine delen) van psalmen loopt te zingen, met als gevolg dat soms een los vers geen enkele betekenis krijgt door alle bijzinnen.
Oh en dan ook nog in een vaak onbegrijpelijke vertaling.

dinsdag 22 april 2008

Zondag

De zon had weer zin in een nieuwe dag. Elke dag opnieuw, 7 dagen in de week, sleepte hij zich voort over de hemel. Van het oosten tot het westen, waar hij voldaan in de zee zakte. Elke dag opnieuw hetzelfde liedje, dat werd wel een beetje saai. Gelukkig voor hem was er de zondag. Die was niet voor niets zo genoemd. Nee, op zondag werd hij nog eens extra in het zonnetje gezet. Dan was er extra aandacht voor hem, de zon. Hij was er trots op. Ondanks dat hij elke dag aan de mensen verscheen, hadden ze hem toch een eigen dag gegeven.

Elke morgen, vlak voor hij opkomt, spreekt de zon nog even met de maan. Ze wisselen wat informatie uit over hoe die nacht was geweest en wat de mensen hadden gedaan. De maan had het allemaal goed kunnen zien en bereidde zo de zon voor op zijn nieuwe werkdag. En de zon deed aan het eind van de dag hetzelfde voor de maan. Gaandeweg de eeuwen waren ze goede vrienden geworden.

Zoals gezegd had de zon er vandaag zin in. Het gesprek dat hij had met de maan deed daar niets aan af. De maan vertelde dat het die nacht onrustig was geweest, dat er enkele mensen iets in hun schild voerden. Maar hij kon niet zo goed zien wat het was. De zon had er lak aan. Het was immers zijn dag vandaag; zondag.

Maar toen hij eenmaal aan het schijnen was, hoog boven de aarde, merkte hij dat de mensen iets aan het doen waren. Grote groepen mensen liepen door kleine smalle straten heen. Op weg naar een plaats waar nog veel meer mensen waren. Er fonkelde bij elk hoofd een klein diamantje, althans daar leek het op. Maar daar, op die ene plek waar alle mensen bij elkaar kwamen, werden de kleine diamanten een grote spiegel. De zon kreeg er hoofdpijn van. Hij snapte er niets van. Hij begon zachtjes te tranen van de felheid, waardoor er kleine wolken ontstonden. Gefrustreerd maakte hij de rest van zijn rondje af. Verdrietig om wat de mensen gedaan hadden. Boos omdat hij het niet snapte. Waarom zouden ze dat doen?

Hij vertelde die avond alles aan de maan. Het werd immers maandag, zijn speciale dag. De maan zou eens rondkijken, had hij gezegd. En dat had hij gedaan! ’s Morgens bracht hij verslag uit aan de zon. Bij het horen van wat hij zei, besloot de zon die dag maar niet te schijnen. En die dag erna ook niet. En de zondag die zou volgen, nou misschien dan weer wel.

“De mensen zijn boos op je. Je doet het eigenlijk nooit goed. Want als je veel schijnt, dan hebben ze het warm. Heb je ze nooit gezien, die gekke paraplu’s die ze opdoen als je heel hard je best doet? En hoe de mensen op het midden van de dag naar binnen vluchten omdat het te warm is buiten? Ze geven jou de schuld daarvan. En als je heel weinig schijnt, of verstopt bent achter je tranende wolken, dan zijn ze ook niet tevreden en schelden ze op je. Omdat je er nooit bent en zij je wel willen zien. En als je er dan bent, dan is het na twee dagen weer te warm. Ze hebben die spiegels neergezet zodat jij jezelf zou zien schijnen, beseffen hoe fel en warm het is.”

De zon werd verdrietig. Hoe konden de mensen dat nou doen? Ze hadden hem nodig, zagen ze dat dan niet? Maar als hij er was, dan was het nooit goed. Er was geen mogelijkheid om het goed te doen bij de mensen. Eigenwijs als ze waren. Als ze maar eens inzagen dat ze soms het warm moeten hebben, zodat hun eten kan groeien. En dat het soms koud en regenachtig is, zodat de bergen sneeuw hebben, en de rivieren water. Zodat zij, de mensen, weer kunnen leven. Ze waren niets zonder hem, maar hij kon het ze niet zeggen.

De zondag erop voelde de zon zich niet zo prettig. Hij moest wel schijnen, aan de mensen zijn licht laten zien. Maar diep van binnen voelde hij de pijn, dat de mensen hem niet begrepen. Kon hij het maar duidelijk maken, spreken, of iets laten zien. Maar niets van dit al. De zon was overgeleverd aan de gunst van de mensen.

donderdag 17 april 2008

Eigenaardig

Gisteravond betrapte ik mezelf er weer op. Eigenlijk doe ik het de laatste tijd wel vaker, maar ik praat er met niemand over. Niemand die het weet, maar ik zal vast niet de enige zijn die het doet. Dat hoop ik tenminste maar. Wat ik gisteravond deed lukt niet elke keer. Soms lukt het zelfs een week niet. Of twee weken. Want ik kan het niet alleen. Tenminste, ik kan het wel alleen, maar dan is het een stuk minder leuk. Onschuldige andere personen erbij betrekken zonder dat ze het weten is veel leuker.

Elke dag heb ik er twee kansen voor. Behalve op vrijdag en maandag, want dan fiets ik niet naar het station. En als ik dan wel op die dagen fiets, dan is het met een weekendtas, dat werkt niet.

Gisteravond ging het wel heel erg makkelijk. Toen ik uit de trein stapte, liep er al een opgeschoten knul voor me uit. Zijn fiets stond vlak bij de mijne en ik was iets eerder weg dan hij. Ha, had ik die paar seconden toch mooi meegenomen. Voor ik er erg in had was het gebeurd, we waren een wedstrijd aan het fietsen. Een korte, maar dat maakt niet uit.

Het eerste gedeelte kon ik hem makkelijk voorblijven. Wat heet, zelfs zonder mijn 3e versnelling liep ik op hem uit. Heuvel op, bocht om. Stiekem even kijken. Ja, hij zit er nog steeds. Nog maar iets harder fietsen dan. Na de derde bocht neem ik wat gas terug: nu mag hij even voorop rijden. Als hij me passeert trap ik weer even wat harder, net zo lang tot ik in zijn slipstream rijd. Zo, dat gaat best wel lastig. Hij fietst hard door. Gelukkig staan de stoplichten al uit, hoef ik daar niet voor te wachten. Als we het park in rijden lig ik een paar seconden achter. Maar juist in het park kan ik mijn achterstand weer goed maken. Gelukt, ik zit weer vlak achter hem. Bij de volgende stoplichten moet ik linksaf, maar voordat ik afsla kom ik nog net langszij. Met een bezweet hoofd feliciteer ik hem, hij heeft gewonnen.

Het klinkt een beetje apart natuurlijk, maar vrijwel altijd leg ik in een fietstocht een competitie-element. Binnen zoveel minuten van punt A naar punt B, fietser X inhalen voor een bepaald punt, zoveel kilometer in het uur gemiddeld rijden, enzovoorts. Dat houdt het een beetje leuk.

En het is ook gewoon voordelig. Als er iemand me inhaalt en hij rijdt een lekker tempo, dan ga ik er achteraan. Achter iemand aan fietsen scheelt 40% energie in vergelijking met je eigen tempo bepalen. En ik merk dat het klopt. Achter iemand aan fiets ik veel harder dan in m’n eentje. Daar kan ik van genieten.

maandag 14 april 2008

Persoonlijk nootje

"De resultaten van dit onderzoek wijzen erop dat jij intellectueel in staat bent om je bezig te houden met wat je maar wilt. Het maakt niet uit of dat studeren of werken of een combinatie van beiden is. Wat mij vooral belangrijk lijkt, is dat je dingen gaat doen waar jij je gelukkig bij voelt en die je intellectueel én emotioneel bevredigen."
Iemand een idee?

vrijdag 11 april 2008

Pijnlijke fictie

Opeens stond hij daar. Zomaar uit het niets. Van diverse kanten werden hem jaloerse blikken toegeworpen: waarom hij wel en zij niet? Hij zei dat hij het hen ook wel gegund had, maar hij kon nu niet meer terug. Die bescheidenheid kenmerkte hem al zijn hele leven, en kwam ook nu weer naar voren. Iemand vroeg hem of hij zenuwachtig was. Verdwaasd keek hij toen om zich heen. Zenuwachtig? Waarom zou ik dat moeten zijn? Eigenlijk waren zijn gedachten niet bij dat moment. Nou ja, half.

Kon zijn vader hier maar bij zijn. Wat zou hij trots geweest zijn op zijn zoon. Misschien zou hij dan ook eindelijk de erkenning krijgen die hij al zo lang mistte. Hij besefte zich dat dát misschien wat moeilijk zou gaan. Zijn vader was vorig jaar overleden. Misschien kijkt hij wel vanuit de hemel naar me, dacht hij. Maar eerlijk gezegd wist hij ook niet zeker of zijn vader wel in de hemel was, met dat eeuwige gevloek van hem. God zou hem vast de deur gewezen hebben.

De gedachte aan zijn vader liet hem maar niet los. Tegelijk liet de gedachte iets zien van een gemis in zijn leven. Ook al stond hij hier en had hij de kans iets te laten zien aan andere mensen, het telde allemaal niet. Zijn vader, die was belangrijk. Nooit was hij overtuigd geweest van zijn eigen kunnen, ook al zeiden anderen dat hij het écht wel goed kon. Het maakte hem niet uit wat zij allemaal zeiden, zijn vader moest het ook zeggen. En dat had hij nooit gedaan. Het zat hem nog steeds dwars.

Pianospelen was geen succes geworden. De witte toetsen kon hij nog wel uit elkaar houden, maar met al die zwarte toetsen ertussen door werd het te ingewikkeld. Schaken was het uiteindelijk ook niet, hoewel hij wel ver leek te komen. In de tweede ronde van het amateur-toernooi voor jongvolwassenen werd hij finaal van de tafel gespeeld. Hockey was ook zijn ding niet. De doelen waren veels te klein: raak schieten als de keeper ook nog in het doel stond was voor hem onmogelijk. Jongleren was helemaal uit de boze.

En nu stond hij opeens hier. Met een kans om het wel goed te doen. Hij vroeg zich bijna hardop af waarom hij het zou doen. Was er nog wel iets om voor te leven? Hij besloot dat er wel iets was om voor te leven, ook al wist hij nog niet wat dat zou zijn. Misschien zou hij het ontdekken na deze middag. Hij gaf aan dat hij klaar was en haalde diep adem.

Ze trokken hem het pak aan en zetten de helm op zijn hoofd. Eenmaal in de auto werd hij goed vastgeklemd. De coureur met wie hij twee rondjes zou rijden over het circuit glimlachte. Ben je er klaar voor? Hij knikte hevig. De deuren gingen dicht, daar gingen ze dan. Na twee bochten en een recht stuk wist hij het: dit was gaaf, hier zou hij voor kunnen leven. Zichtbaar genoot hij van het eerste rondje. Daar kwam de tweede ronde aan. Hij wist nu welke bochten gingen komen en waar zijn maag het meest op z’n kop stond.

Vlak voor bocht 7 ging het mis. Zijn coureur remde te weinig, waardoor de auto met teveel vaart de bocht invloog – en er weer uit. Door de snelheid begon de auto te kantelen en tolde drie keer over z’n as, om vervolgens tegen de bandenstapel tot stilstand te komen. De reddingswerkers die toegesneld waren kwamen te laat, geen overlevenden.

Misschien was het ook maar beter zo. Wat zou zijn vader daarvan vinden?

donderdag 10 april 2008

Geven

Je lijkt slechts geboren om door te geven.
Alles bestemd voor later. Kinderen groeien op, worden ouder. Ze worden ook ouder in de zin van dat ze kinderen krijgen. Het doorgeven begint weer opnieuw. Je leeft op dat moment maar deels voor jezelf. Vooral voor je kinderen. Dat zij een mooie toekomst hebben. Eigenlijk is het hele leven doorgeven.
Nooit zijn er veel momenten waarop je echt voor jezelf bezig bent. Hooguit op vakantie. Dan kun je echt doen wat je zelf wil. Maar iedereen weet dat vakantie niet voor niets 'vakantie' heet. Het is afwisseling van werk en bezig zijn. Je ontkomt er dus ook niet aan.
Is dat het allemaal wel waard? Wat zijn nu de dingen waar je van kan genieten? Zijn dat de dingen die moeten, of juist de dingen die mogen? Maar wanneer heb je daar tijd voor?
Het hele leven is in stand houden van wat al was. Meebouwen aan het collectief. Niet voor jezelf, maar voor een ander. Of voor anderen. Of voor de Ander. Dat brengt denk ik een heel ander perspectief in het leven. Het is dan ook niet afgelopen als je dood bent. Hoewel ik dat erg lastig vind, want dit leven is er niet voor niets. En het is ook erg waardevol.
Daarom lijk je ook geboren om door te geven. Uiteindelijk is het niet zo. En ook al zou het zo zijn. Genieten van het doorgeven kan ook.
Etre et Avoir is een aparte film.

maandag 7 april 2008

Droom

Soms denk ik dat mijn leven een droom is. Geen vervelende droom hoor, maar wel een droom. Alles lijkt soms zo onwerkelijk. Altijd is er wel wat te doen. Dingen die je niet voorziet. Het lukt me ook niet wakker te worden uit die droom - om echt te gaan leven.

zondag 6 april 2008

Geen flauwe humor

Ik ben vandaag tot een schokkende ontdekking gekomen: christenen mogen geen flauwe grappen maken. Die ontdekking doe ik niet op basis van een aantal gedachten, maar op een letterlijke bijbeltekst. Het is echt over met de flauwe humor aldus Kolossenzen 4:6a:
Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos;

Drukte

Je kan er niets mee, maar je doet er ook niets tegen. Tenminste, zo heb ik het. Ik blokkeer een beetje zodra ik niet meer weet wat er allemaal te doen staat, wat ik moet gaan doen, of wat mensen van me verwachten. Da's een vervelende situatie. Dan ben ik soms zo druk met druk zijn, dat ik geen tijd meer neem voor leuke dingen. En ik kan er dan ook niet echt van genieten. Dat is misschien nog wel het vervelendst. En in je eentje leuke dingen doen, da's ook niet zo'n succes. Maar wat moet je dan.

Soms kan ik een enorme drukte goed handelen, maar op een moment als nu niet. Ik denk dat het komt omdat er onbewust een hoop aan de gang is. Verwachtingen, verplichtingen en onzekerheden die nu niet direct aan de oppervlakte liggen, maar waardoor ik wel moe word. Misschien is het tijd om een to-do-lijstje te maken van alles wat ik komende week moet doen. Inclusief afwassen. En misschien moet ik ook maar eens wat gaan doen aan m'n huiswerk.

Ohja, school. En stage. M'n stage is bijna afgelopen nu. Wat gaat de tijd enorm snel. Nu moet ik al weer toe naar een afronding. Van lopende projecten en van mijn stageverslag. En daarna ligt nog een hele periode school. Die periode kan ik niet overzien, dat vind ik ook vervelend. Ik weet niet goed waar ik aan toe ben. Wanneer en welke opdrachten ik moet maken (o.a. Hebreeuws, Filosofie, Nieuwe Testament (x2) en wanneer de toetsen zijn. Pff.

En dan nog alle dingen die niet met anderen of andere dingen te maken hebben, maar gewoon met mezelf. Kan ik niet alles uitschakelen, zonder daarvoor op vakantie te hoeven gaan? Want ik wil gewoon wel alledaagse dingen blijven doen. Maar dan zonder het gezeur en vermoeiende. Maar dat gaat vast niet.

donderdag 3 april 2008

Christelijke Wii-games

De Wii is al een tijdje in ons land. Er zijn diverse uitbreidingen, spellen en dergelijke op de markt gekomen. Wat echt nog mist is een christelijk Wii-spel. Wat je gewoon kunt spelen, omdat je wéét dat het verantwoord is. Ik zal een opzetje geven.

Echt bijbelse games voor de Wii zijn niet zo moeilijk. Je zou het een Bijbelspel kunnen noemen, waarin je steeds verschillende opdrachten moet doen met je controller. Als je het level haalt, dan ga je een stapje door in de geschiedenis. We beginnen gewoon voor aan in de bijbel, en lopen zo een aantal verhalen door...

Noach: bouw een ark - Verzamel hout, sla voldoende spijkers in het hout en bouw een ark. Probeer de duif die je uitzet niet neer te slaan.
Abraham: tel de sterren aan de hemel - Als je een dubbele telt, dan ben je af.
Jakob: vechten met de engel - Probeer niet te winnen, maar als je verliest gaat het ook fout.
Mozes: laat het volk gaan - Probeer de Farao te overtuigen en deel plagen uit.
Mozes: door de Schelfzee - Laat de zee splijten.
Mozes: strijd tegen de Amalekieten - Zodra je staf zakt, verliest het volk.
Simson: de Filistijnen - Pas op dat je haar niet afgeknipt wordt.
David: maak muziek voor Saul - (Guitar Hero plug-in)
David: versla Goliath - Slinger precies raak.
Ezra: tempel herbouwen - Geef leiding aan het project.
Daniël: leeuwenkuil - Probeer niet opgegeten te worden.
Ezechiël: lig stil op je zij - Mikado voor gevorderden.
Jezus: wonderbaarlijke spijziging - Breek net zo lang tot iedereen genoeg heeft.
Petrus: vechten tegen Malchus - Sla het oor af.
Paulus: op weg naar Damascus - Lukt het je om bij Ananias te komen in het donker?
Paulus: op de Areopagus - Overtuig de Grieken.

Over mogelijk andere missies, extra features en dergelijke moet ik nog nadenken. Breng vooral ideeën in!