donderdag 28 augustus 2008

Overlijdens Bericht

Beste Lezers van mijn broers blog. Op 20-08-2008 jongstlede is André van der Vliet overleden te gevolgen van een longembolie.

Meer informatie is te vinden op http://www.koffiebar-overstag.nl/


ook kunt u mailen naar fotokb@gmail.com.


vanaf heden komen er geen nieuwe berichten op deze blog


Met Vriendelijke Groet


Marcel van der Vliet

(broertje van André/Sperzieboon)

dinsdag 5 augustus 2008

[Ik blijf lachen hierom]

And the Lord said unto John; Come forth and receive eternal life.

But John came fifth and won a toaster.

zondag 20 juli 2008

De beste stuurlui

liggen in een graf.

vrijdag 18 juli 2008

Narnia

Schrijven over gebeurtenissen; nou, vooruit dan maar! Gisteravond ben ik samen met Johan en Henk naar de nieuwe Narnia-film geweest. Vooraf had ik vooral zin in het feit dat ik samen met hen zou gaan, omdat het type film me niet helemaal ligt. Wat me wel aanspreekt in de films van Narnia (de vorige ook) is de gigantische symboliek die C.S. Lewis heeft gebruikt in zijn boeken en die naar mijn idee ook goed zijn vertaald in de film.
Lewis combineert de gegevens van een fantasiewereld (inclusief wezens) met een thematiek die rechtstreeks te herleiden is tot de bijbel (let wel: niet op het christendom). In de wereld die Lewis schept is er een strijd tussen goed en kwaad. En in die strijd bevinden zich mensen/wezens en andere creaturen en twee 'machten'. En om die machten draait het. Er is een goede macht en een slechte macht. Ze strijden met elkaar, maar ze strijden vooral via de mensen. En dat is precies ook het beeld wat de bijbel ons geeft. Wij mensen moeten een positie innemen in het strijdtoneel van onze wereld. Maar aan wiens kant staan we? Uit de film blijkt dat ook mensen die 'aan de goede kant staan' wel eens verkeerd kunnen kiezen. Ook blijkt dat we het uiteindelijk niet alleen afkunnen. Genoeg spoilers.
De personage van het goede is, net als in de vorige film, een leeuw. De verwijzing is duidelijk. En op deze manier komen nog veel meer bijbelse elementen naar voren, zij het soms heel erg allegorisch (beeldend). Soms wordt de originele betekenis wel losgelaten om opnieuw betekenis te krijgen in het verhaal van Lewis. Interessant! Al met al zou ik de film graag nog eens zien om hem beter te bekijken. Er waren zoveel momenten waarop ik een diepere laag wel aanvoelde, maar niet herkende. En dat is juist wat die film voor mij zo gaaf maakt.

woensdag 16 juli 2008

Striptekenaars

Vroeger had ik veel waardering voor striptekenaars. Elke dag zo'n strip maken, dat valt natuurlijk niet mee.

Tegenwoordig is mijn waardering veel groter! Want sinds de scheurkalenders weet ik dat ze een jaar vooruit kunnen werken. Voor elke dag in de toekomst hebben ze al een strip gemaakt.

maandag 7 juli 2008

Wij hebben alles, zij hebben Jezus

Het is een warme zaterdagmiddag in Rivne, Oekraïne. Ik zit in een Volkswagenbus, op weg naar een huis waar mensen wonen die niet voor zichzelf kunnen zorgen, vooral omdat ze een drankprobleem hebben. Mijn 'gids' is pastor Victor, een aardige, gedreven man met een passie voor hen die Christus niet kennen. Hij heeft eerder op de dag verteld dat hij drie jaar lang bezig is geweest om een relatie op te bouwen met deze mensen, door steeds langs te komen en met ze praten. Soms nam hij presentjes voor ze mee. Dat helpt namelijk om binnen te komen.
Op de weg naar het huis toe vertelt hij er al iets over. 'Die cadeautjes zijn wel belangrijk voor de mensen. Het geeft een bepaalde mate van vertrouwen. Maar mij gaat het niet om de cadeautjes. De mensen moeten me ook binnen laten om het praten, omdat ik een relatie met ze heb. Dat vind ik belangrijk.'
Zijn visie is ook duidelijk. Hoewel hij veel praktische hulp biedt voor de mensen, heeft hij uiteindelijk maar één doel met zijn werk: mensen vertellen van de hoop. 'Weet je, je kunt mensen wel 10, 15 jaar helpen met allerlei dingen, maar als ze dan dood gaan, wat hebben ze dan? Daarom vind ik het belangrijk dat ik ze meer geef dan dat.' Evangelisatie dus, door de straat op te gaan, bij mensen langs te gaan. En daar ook voor uitkomen. Het is bekend bij de mensen dat hij van de kerk is, en ze ook daarom bezoekt. Dat mogen ze weten. Het is immers ook de kerk die voor hun van belang kan zijn. In de kerk vinden ze én mensen die naar hen omzien, én hoop, uitzicht op een eeuwig en goed leven.
Hier hebben ze niets te verliezen, want ze hebben zo weinig. Een behoorlijk contrast met gemiddeld Nederland. Wij hebben al snel iets van: 'wat moet je van me?' En het hebben over de kerk is ook taboe. Daar mag je andere mensen niet mee lastig vallen. Ook niet als je daadwerkelijk verschil kunt maken, want dat moeten we lekker zelf weten. Niet dan?

zondag 6 juli 2008

Pannenkoekenargument

"Dat is nou écht een pannenkoekenargument."
"Een wát?"
"Pannenkoekenargument!"
Dat vraagt dan om enige uitleg. De herkomst van het pannenkoekenargument ligt bij Herman Finkers. In een stuk conference, getiteld: "De aarde is rond", komt op een gegeven moment de geniale uitspraak: de aarde is rond, net als een pannenkoek, die is ook rond.
Een pannenkoekenargument wordt dan zoiets als:
- Je hebt wel gelijk, maar in dit geval gaat het daar niet over.
- Wat je zegt klopt wel, maar toch ook weer niet.
Want dat gebeurt soms.

donderdag 3 juli 2008

Het is kiezen van...

Kiezen doe je tussen dingen. Je kiest bijvoorbeeld voor het eten van aardappels. Dan valt de optie om rijst te eten af. Zo is het eigenlijk met alle dingen. Zulke keuzen zijn definitief, want als je de volgende keer gaat eten, dan maak je gewoon een nieuwe keuze.
Zo kun je ook stellen dat je moet kiezen tussen goed of kwaad. Een definitieve keuze, waarbij het andere geen ruimte krijgt. Misschien kun je bekering wel op die manier opvatten. In de praktijk zal het waarschijnlijk een keuze van goed of kwaad zijn. Want zodra je eenmaal zo'n keuze voor het goede (of het kwade) gemaakt hebt, dan moet je blijven kiezen. Dezelfde keuze herhaalt zich steeds weer opnieuw. Steeds opnieuw moet je goed of kwaad kiezen, ook al heb je misschien al zo vaak gekozen.
De keuze die je maakt is in jouw ogen de juiste keuze, waardoor de volgende keuze niet gelijkwaardig is, zoals bij de aardappels en de rijst. Kies je eenmaal voor goed, dan is het logisch om daarna ook voor goed te blijven kiezen. Dan kies je niet meer tussen twee zaken.
Misschien is dat trouwens ook wel kiezen tussen. Eigenlijk gaat het daar niet om. Het gaat erom dat de keuze voor het goede steeds opnieuw gemaakt moet worden.

een onrechtvaardig God

Als dit leven alles is wat je hebt, dan word je boos omdat God iemand laat doden, in bijvoorbeeld het Oude Testament. Het is onrechtvaardig, omdat je niet meer kunt zien dan het leven dat die persoon had.

maandag 30 juni 2008

Goeiemoggel!

Vorig jaar (ja, echt, dat was 2007) had KPN een goeiemoggel-reclame. Bijna heel Nederland vond het grappig en er was zelfs een kerstkaart-actie, met preppige kerstdagen.
SBS6 heeft inmiddels de trend ook opgepakt en komt binnenkort met een nieuwe serie: Peter R. de Vriep, Misdaadbeslaglepel. Moet kunnen, toch?

zondag 29 juni 2008

Traditioneel <> Gereformeerd

Een tijdje terug schreef ik iets over Reformatorisch zijn. Deze thematiek kwam ook terug tijdens de Oekraïnereis. In een gesprek met een van de voorgangers daar, kwam het op een gegeven moment op de houding van de kerk. In zijn woonplaats waren meerdere kerken, waaronder een Hongaars-Gereformeerde Kerk. Maar hij wilde niet zoals zij worden, zij waren traditioneel geworden. De kerk moet elke dag gereformeerd worden, om actueel te blijven. Het is gevaarlijk om een traditionele kerk te worden, want die staat stil, bij vroeger.

Slachtofferrol

We praten vaak over mensen die in een slachtofferrol duiken. Dan schuiven ze hun verantwoordelijkheid af op andere mensen, dan 'doen ze zielig'. Soms terecht, maar soms kan het ook een ontduiking zijn en vluchten voor de realiteit.
Maar, er is er een die pas écht in de slachtofferrol zat. Izaäk (zie Genesis 22).

After-Oekraïne

Daar zit je dan weer. Op je eigen stoel, na een nacht slapen in je eigen bed en eten van je eigen bord. Even wennen weer, maar ik ben ook wel blij dat ik weer thuis ben. Hoewel, op sommige punten ook weer niet. Ik heb enorm naar m'n zin gehad terwijl ik daar was.
De dagen in Oekraïne waren erg mooi, veel contact gehad en dingen gezien / besproken. Soms schrijnende situaties, waar je je als Nederlander maar weinig bij voor kunt stellen. Op sommige punten een compleet ander land. Na 3 dagen in Rivne zijn we naar Swaliava gegaan, waar we nog 2 nachten zijn geweest. Daar was wat oudere jeugd, waarvan er zelfs een enkele (goed) Engels sprak. Daarna door naar Budapest, Hongarije. Dat heet dan eigenlijk vakantie. Ik moet toegeven dat het een enorm mooie stad is, en ik zou er zeker nog eens terug willen komen, maar ik kan niet zo goed tegen de drukte daar, geloof ik.
Twee enorm verschillende ervaringen op één reis, ik had het in elk geval niet willen missen.

woensdag 18 juni 2008

Oekraïne #3

Morgenavond is het zover. Rond een uur of zes zullen we de grens over rijden, Duitsland in. Door Duitsland en Polen heenrijden en dan nog een aantal kilometers in Oekraïne. Rond een uur of vier vrijdagmiddag hopen we aan te komen in Rivne, waar we onze eerste dagen zullen verblijven. We gaan daar onder andere met mensen praten, kerkdiensten bezoeken en bij een weeshuis langs. Ook moeten we wat presenteren (in English). Stiekem moet ik dat nog uitwerken en voorbereiden.

Na die drie dagen volgt een reis naar Swaliava, waar we op bezoek gaan bij een Oekraiense dominee. Ik moet hem nog mailen dat we definitief komen op de 24e en in de loop van de 26e weer weggaan. Hij gaat ons activiteiten laten zien, we zijn erg benieuwd! Daarna volgen een paar dagen vakantie in Budapest. Want als je toch in de buurt bent... Voetbal kijken zal er wel niet inzitten, maar als Nederland in de finale staat, dan merken we dat vanzelf wel.

Ons onderzoeksplan is ook goedgekeurd. Duurt even, maar dan heb je ook wat. We gaan onderzoek doen naar pastoraat en jeugdwerk en daarnaast kijken naar de activiteiten van een gemeente. Wat doen ze? Waarom doen ze dat? Het leuke is dat je op die manier een spiegel krijgt voor Nederland: wat doen wij? Waarom doen wij de dingen zoals we ze doen. Erg interessant.

Ik heb er zin an!

Frankrijk heeft verloren op sterrenbeeld

Ik weet nog dat ik moest grinniken toen ik het nieuwsbericht las. Zou dat nu werken? Met het thuislaten van een aantal grote namen, gebaseerd op hun sterrenbeeld, heeft Domenech bewezen van niet. 1 punt halen en een doelsaldo van 1-6. Ga je schamen.

dinsdag 17 juni 2008

Ik ben reformatorisch?

Je kunt lang nadenken over wat het nu betekent om reformatorisch of gereformeerd te zijn. Dat doe ik dan ook al een tijdje en ik ben tot de conclusie gekomen dat er twee manieren zijn om gereformeerd te zijn. De eerste manier is om de punten die men in de reformatie veranderd heeft na te volgen, uit te werken en te bewaren. Dat is wat veel kerken doen. Zij houden (soms stijf) vast aan hun traditie, want zo was die in de reformatie. Precies, zo was die in de reformatie.
De tweede manier is om te handelen in de lijn van de reformatie. Daarbij kijk je naar het waarom van de reformatie en de punten die ze aanpakten. In de 16e eeuwse reformatie zetten diverse personen zich af tegen de leer en wandel van de toenmalige hoofdkerk, de Rooms-Katholieke. Zij keren met deze reformatie terug naar de wortels van het christendom en sluiten aan bij waar de mensen in die tijd zaten. En die gedachte vind ik bij uitstek gereformeerd.
Dat sluit namelijk niet uit dat er later geen reformaties meer hoeven zijn. Ook ná de 16e eeuwse reformatie zijn er nog verscheidene geweest. Men bracht een correctie aan op voorgaande generaties, omdat ontdekt werd dat men dichter bij de Bijbel, bij God kon leven. Zo zou ook Calvijn het gewild hebben. Hij was immers reformator.
Voor vandaag zou er ook een reformatie kunnen plaatsvinden, binnen de gereformeerde kerk, maar ook in evangelische kringen. Een omwenteling in ons denken, waarbij we terugkeren naar wat de bijbel zegt. Die reformatie gaat al een tijdje sluimerend, maar het kan zo ineens omslaan. Wie zal het zeggen?
Ik ga in elk geval mijn eigen straatje reformeren. Dat betekent soms afstand nemen van wat de kerk doet. Ik probeer de doelen na te streven die de reformatoren stelden: terug naar Gods hart. Hoe? Dat is een zoektocht..

maandag 16 juni 2008

Silence, please

I woke up from a dream about an empty funeral
But is was better than the party full of people I don't really know
Soms is het fijner om te kiezen voor de stilte boven het rumoer. Mensen die veel praten, maar niets zeggen, die jou niets te zeggen hebben. Kiezen voor de stilte om te zoeken naar woorden, antwoorden, naar rust. Zou rust komen met de antwoorden? Of zouden de antwoorden nog meer vragen oproepen.
Veel feestjes zijn leeg. We herdenken belangrijke gebeurtenissen, zoals examens, verjaardagen, trouwerijen en dergelijke, maar voor mij zijn ze vaak leeg. Ik heb niets tegen feestjes, zeker niet. Maar het valt me op dat mensen zich vaak verliezen op feestjes. Alsof het een mogelijkheid is om te ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Alles om maar geen vragen te krijgen, tot rust te komen in de stilte. Blijkbaar is het nodig dat we ontsnappen aan de werkelijkheid. Op allerlei mogelijke manieren. We kunnen onszelf ook gewoon te druk maken met van alles en nog wat. Gewoon doorgaan, het stopt vanzelf.
Ik kan niet (meer) vluchten. Vluchten stelt het uiteindelijk toch maar uit. Die confrontatie met jezelf komt ooit, een keer. Ben je voorbereid? En waar moet je dan heen? Vluchten voelt onbevredigend. Wat is dan nog echt? Waar kan je van op aan? De stilte is dan ineens verstikkend.
So Carry Me,
I'm just a dead man
Lying on the carpet
Can't find a heartbeat
Make me breathe,
I want to be a new man
Tired of the old one
Out with the old plan
[Jars of Clay - Dead man]

zaterdag 14 juni 2008

Genie?

De gekwetste genius is het geniaalst. Heus waar.

dinsdag 10 juni 2008

Op naar de hemel!

Everybody wants to go to heaven, but nobody wants to die...
Sommige mensen zijn van het type: 'ik-wil-wel-graag-naar-de-hemel-maar-ik-geloof-niet-in-God'. Die ontwerpen hun eigen spiritualiteit, iets waar zij zich prettig bij voelen en waarvan zij het idee hebben dat het wel goed zit. Te gek man, leer me dat ook! Iedereen is de hele wereldgeschiedenis lang al op zoek naar antwoorden, en jij hebt ze! Zij vinden dat echter een puur persoonlijke zaak; als het voor jou zo werkt, dan is het goed. Hoe irrationeel is dat. Daarmee zeg ik niet dat alles rationeel moet zijn, want daarmee kom je er ook niet, maar wel dat het ook te gek voor woorden kan zijn.
Ik ben zelf van het type 'ik-wil-graag-naar-de-hemel-maar-nu-nog-even-niet'. Ik vind de hemel een prachtige plek en het lijkt me ontieglijk leuk om daar te zijn, maar nu nog even niet. Simpelweg omdat ik nog lang niet 'uitgeleefd' ben op deze wereld. Ik vind het leven gewoon veels te leuk. Een te mooi cadeau om nu al weg te geven. Natuurlijk heb ik niet te beslissen over leven en dood, maar als ik in een adviescommissie zat, dan wist ik het wel.
Zou dat goed zijn? Of zou het een teken zijn dat het hier allemaal wel erg makkelijk gaat. Immers: leven als een christen zou niet zonder slag of stoot moeten gaan. Je wordt dikwijls vervolgd, achterna gezeten, achtergesteld, en dergelijke. Lees de bijbel er maar op na. En kijk ook maar naar de vervolgde christenen in diverse landen. Is het wel goed om zo 'onbezorgd' te leven? Moet er niet wat meer moeite in het leven komen? Meer zondebesef misschien, inzet voor de naaste (zelfs de verre naaste) en minder leven voor jezelf?
Ik geloof dat personen die het bovenstaande beweren (ze hebben zeker geen ongelijk!) zich vooral Nieuw-Testamentisch oriënteren. Evangeliën, brieven van Paulus en dergelijke. En inderdaad, daar zijn dat soort onderwerpen aan de orde van de dag. Zeker bij Paulus was het allemaal geen koek-en-ei. Vervolgingen enzo. Maar is het juist niet de kracht van het Christendom dat er ook een Oude Testament is? Heeft de kerk deze ook niet geaccepteerd als het Woord van God? En staan daar ook niet boeken in als Spreuken, Prediker en Hooglied? Voor de aardigheid een citaat uit een van die boeken (Prediker): 'geniet van je jonge jaren'.

zondag 8 juni 2008

Oekraïne # 2

Inmiddels tikt de tijd verder door en over 10 dagen vertrek ik al! Mijn paspoort is morgen klaar, dus dat is een probleem minder. Het begint nu allemaal wat concreter te worden: het onderzoeksplan is klaar, en ook de eerste drie dagen zijn qua programma al goed rond. Dat is erg fijn, want daar krijg ik zin in! Nu hopen dat ook die tweede dominee ons kan helpen en terugmailt.
Er moet de komende tijd nog veel voorbereid worden. Een aantal presentaties (in het Engels), maar ook praktische zaken en informatie over de plaats waar we komen. Welke dingen moet je nu wel doen, en wat juist niet? Wat moet ik eigenlijk allemaal meenemen?
Ik zit ook redelijk vol met vragen, maar daardoor krijg ik er wel zin in! Nu maar hopen dat het niet tegenvalt. =)

vrijdag 6 juni 2008

Zeg, mag ik je wat vragen?

Een aantal levensbeschouwelijke vragen. Hier de antwoorden:
Ik geloof in God. Sterker nog; in één God. Tegenwoordig schijnt dat raar te zijn. En geloof je al in één God, dan zit die God in jezelf, daar moet je mee in contact komen. Nou, daar geloof ik dan weer niet in. Ik geloof wel dat God in mij woont, maar dat is niet iets vanzelfsprekends. Dat heet genade. In het dagelijks leven ben ik een veels te krampachtige volgeling van Jezus Christus. Inspiratie put ik uit mensen om me heen, uit verhalen over vroeger en uit de gedachtengangen van Søren Kierkegaard, Alvin Plantinga, Socrates en William Ockham. Inspiratie vind ik belangrijk, het maakt het leven nog een beetje draaglijk. Inspiratie komt bij mij pas zo rond de klok van elven, bedtijd voor de meeste mensen – en ook voor mij. Dat frustreert soms wel eens, omdat je dan niet kan slapen: je moet immers je inspiratie benutten.

Ik heb het geluk gehad dat ik altijd al opgegroeid ben in een christelijke omgeving, met diverse waarden en normen en veel contacten. Daar ben ik echt wel dankbaar voor. En zo met de loop der tijd groeit dan op een of andere manier wat geloof, en dat ontkiemt. Totdat je voor jezelf besluit dat het echt waar is. Sterker nog; ik kan inmiddels niet anders meer. Via vrienden heb ik veel geleerd en ontdekt. Met de kerk heb ik de laatste tijd iets meer moeite.

Wat ik echt belangrijk vind – qua normen en waarden – is dat iedereen ruimte krijgt om zichzelf te zijn, te ontplooien en te leven. Ook al is dat soms lastig, omdat je dan zelf niet altijd veel ruimte overhoudt. Ik heb niet zoveel op met vrijheid van meningsuiting. Sommige mensen lijken niet eens in staat een fatsoenlijke mening te kunnen onderbouwen. Respect is ook mooi, maar dat moet je verdienen. Op naar het post-postmodernisme!

Het schijnt zelfs dat het leven zin heeft, ook al twijfel ik daar soms wel eens aan. Vandaag leef je nog, morgen kan je dood zijn. Heeft dat zin? Ik heb ontdekt dat de zin van het leven niet zit in deze zichtbare werkelijkheid. Om het kort te houden: er is méér. Voldoening krijg je door de wegen van je hart te volgen. Leef niet voor jezelf, dan raak je verstrikt. Gemeenschap vind ik in dit verband ook een belangrijk begrip. Maar bovenal; leef op je mogelijkheden. Overschat jezelf niet, maar wees wijs en zoek de HEER.

Ik droom graag. Dromen en fantasie zijn interessant. Ze laten je iets zien van jezelf, vaak onbewust. Heb je wel eens nagedacht over het ontstaan van gedachten? Mijn droom is dat de Kerk zich verenigd in verdeeldheid. Het is nonsens om te denken dat we weer één kerk kunnen vormen. En als die kerk er komt, dan wil ik er geen lid van zijn. Maar samenwerken lijkt me goed. Samen het Lichaam vormen waarvoor we bedoeld zijn. Om onze taken op te pakken, ieder op z’n plek. Daarmee hoop en droom ik dus ook dat ik mijn plek mag vinden, waar die ook zal zijn.
[het is een beetje hak-op-de-tak, maar ik denk dat je de vragen er ook wel uithaalt.]

donderdag 5 juni 2008

Irritaties

Sommige dingen kunnen je vreselijk irriteren. Mensen kunnen dat ook, maar daar wou ik het niet over hebben. Dat is toch weer nét iets persoonlijker gekleurd. En als je je aan iemand irriteert, zegt dat ook heel veel over jou zelf. Met dingen is dat weer iets minder.

Iets wat irritant of vervelend is kan dat zijn om verschillende redenen: het is heel erg verplicht, vies / smerig, glibberig, voorkombaar, onvoorspelbaar, etc. Daarom is het volgens mij ook niet mogelijk om een lijstje te geven van dat soort dingen.

Misschien is vervelend wel een beter woord dan irritant. Maar goed. Ik vind sommige dingen dus ook wel vervelend:

- Warme toiletbrillen
- Tegenwind (zowel op de heen- als terugweg)
- Onverklaarbare treinvertragingen
- Knappende veters
- Hondenpoep onder je schoenen
- ...

Wat vind jij nou echt irritant/vervelend?

woensdag 4 juni 2008

Aforisme

Ik pieker, dus ik besta.

dinsdag 3 juni 2008

Basisemoties

De menselijke emotie-kaart is grofweg te verdelen in vier vlakken: basisemoties. Het zijn 'boos', 'bang', 'bedroefd', en 'blij'. De 4 B's. Drie ervan zijn negatief. Tenminste, hoofdzakelijk gezien. Het kan soms ook wel een goed teken zijn dat je bedroefd bent of boos. Of bang, maar daar twijfel ik iets meer over.
Ik vraag me af of je die vier basisemoties, grondtonen van je bestaan, ook kunt nemen als een soort levenshouding. Iemand is van nature zo gesteld. Iemand kan leven vanuit angst (als ze maar niet ...), vanuit boosheid (zij doen het fout!!!), vanuit bedroefdheid (ik ben eigenlijk heel zielig), of vanuit blijdschap (ik ben tevreden). Ik heb het idee dat het laatste veel minder vaak voorkomt dan de eerste drie. Terwijl je eigenlijk drie keer zoveel blij zou moeten zijn voor een beetje evenwicht.
Een spannende vraag is ook of het misschien 'fout' is om een bepaalde emotie te hebben als leidraad voor je leven. Ben je fout bezig als je steeds vanuit angst reageert? Of vanuit verdriet of boosheid? Wat zegt dat over jou als persoon? Maar kun je dan wel altijd blij reageren? Volgens mij kan dat ook niet de bedoeling zijn. Het zou niet reëel zijn. Blijkbaar heeft de werkelijkheid deze vier emoties nodig.
Toch denk ik dat het goed is als we de drie negatieve emoties niet teveel laten overheersen. Dus is het zoeken naar een blijde levenshouding. (Ik bedenk me nu net pas dat ook Paulus hier dingen over schrijft...)

maandag 2 juni 2008

Oekraïne

Over enkele weken ben op studiereis naar (de) Oekraïne. Samen met Mariët (en Marcel) op reis om onderzoek te doen naar geloofsbeleving, pastoraat en jeugdwerk in de Oekraïense kerk. We gaan onder andere op bezoek bij een Nederlandse dominee die daar aan het werk is. We hopen op veel gesprekken en een goede indruk.
Maar wat kun je verwachten van die indruk? Ik ben nooit oostelijker geweest dan West-Tsjechië, en dan vooral in de toeristische gebieden. Nederland stuurt zendelingen er naar toe, men gaat op werkvakantie. Kun je daar wel onderzoek doen? De kerken die wij gaan bezoeken hebben gemiddeld zo'n 50 leden (Dat is 30x minder dan mijn kerk). Hoe zullen de mensen zijn die we gaan ontmoeten (of juist niet ontmoeten, want zij spreken geen Engels en wij geen woord Oekraïens).
Vragen te over, zo in de voorbereiding. Aankomende week een onderzoeksplan afronden. Want daarheen gaan is leuk, maar je moet ook wat te doen hebben. Vragen die je gaat stellen, mensen die je gaat spreken. Dat lukt aardig, gelukkig.

zondag 1 juni 2008

Relevantie in vier letters

Ik vraag me geregeld af wat nu exact de meerwaarde is van geloven (in de christelijke God). Zeker in deze huidige tijd. Veel mensen hebben namelijk een raar beeld van christenen: ze mogen niets en moeten alles. Daarnaast heb je ook nog die rare geschiedenis waar je ook niet trots op kan zijn. En om eerlijk te zijn, soms lijkt dat ook wel eens zo. Alleen al omdat je ervoor kiest om niet alleen je eigen wil te doen, om te doen waar je zelf zin in hebt. Nou, wat heb je er dan aan? Het is toch juist belangrijk dat je doet waar je zelf achter staat en gelukkig van word?
Ja, maar de laatste tijd ontdek ik dat dát ook kan. Al zegt dat natuurlijk nog niets over de meerwaarde van geloven. Dat zou het hooguit gelijk trekken. Dan is het niet meer per se een verspilling van tijd, maar gewoon een andere levensinvulling. En daar kun je ook best gelukkig van worden.
Ik heb met veel mensen gesproken, iets wat ik leuk vind om te doen. Ik vind het leuk en vooral fascinerend om te ontdekken wat mensen nu vinden, denken, geloven. Waarom geloven ze wat ze doen? Wat brengt ze daartoe? Soms ontdek ik dan nog wel eens wat.
Want wat ik dan bij slechts heel weinig mensen tegen kom, is hoop. In een wereld waar zoveel verkeerd gaat lijkt alles nutteloos. Christenen hebben een antwoord: hoop. Het is niet allemaal voor niets. Misschien maakt het voor je bezit, geluk of welvaart niet uit of je geloof of niet, zodra je wel gelooft heb je hoop. En dát is de meerwaarde en voor mij ook de relevantie van het geloof. Zonder hoop zou het leven uitzichtloos of heel beperkt worden. Is dit nu alles? De zinloosheid van het bestaan dringt zich op.
(Ja, ook de liefde speelt een belangrijke rol; liefde onderling is iets waar juist christenen bij uitstek in moeten uitblinken. De praktijk wijst uit dat dát in deze cultuur juist heel lastig is te realiseren. En daarom is ook de hoop zo belangrijk. Die valt niet uit te wissen uit menselijk gedrag.)

donderdag 29 mei 2008

Projectie

Ontdekkingen doen over jezelf zijn niet zo leuk. Tenminste, soms zijn ze dat niet: ze zijn confronterend. En die confrontatie is niet eenmalig. Nee, vaak kom je jezelf meerdere keren tegen, of betrap je jezelf op het doen van datgene waar je je zo aan irriteert.
Ik projecteer bijvoorbeeld nog wel eens. Projecteren wil zeggen: eigen gedachten en gevoelens 'projecteren' op een ander persoon. Dat is het beste duidelijk te maken met een praktijkvoorbeeld. Ik heb de neiging om te zeggen: 'iedereen kijkt steeds naar me'. Alsof ik een opvallende verschijning ben en iedereen daar op let. Alsof ik een bijzondere attractie ben in het park van het leven, waar iedereen een foto van wil. Terwijl, feitelijk, ik steeds naar andere mensen kijk en ze aankijk/staar.
Dat ik dat doe, wist ik al langer. Ik kan gewoon niet zo goed nergens heen kijken. Vooral in de trein is dat lastig. Ik ga gewoon mensen aan zitten kijken. De projectie is echter dat ik denk dat zij mij steeds aankijken (dat kan ik alleen maar weten als ik zelf ook kijk). Dat is vaak helemaal niet het geval. En als ze kijken, dan is dat vooral omdat ik éérst keek.
Het gevolg van die projectie is dat ik mezelf soms nogal ongemakkelijk ga voelen (en de ander vast ook, omdat ik steeds kijk). Want ja, als iedereen op je let, dan moet je wel goed je best doen. Dan moet je geen rare dingen doen. Dus doe je maar niets.
Er zijn vast wel meer dingen die ik op anderen projecteer soms (wat ben je chagrijnig; jij neemt ook niet vaak je verantwoordelijkheid; wat doe je moeilijk, etc.). Gelukkig ben ik niet de enige die daar last van heeft. ;-)

woensdag 28 mei 2008

Realiteitszin #3 - het duizelt wel

Het zal niet onbekend zijn dat ik hou van stevig nadenken, vragen stellen en willen weten wat er nou achter iets zit. Doorgaans is het een positieve eigenschap, want zo kom je nog eens ergens. Het heeft echter ook grote nadelen. Zeker ook als gelooft. Want daar houden de antwoorden gewoon op.
Nadenken over de realiteit van het geloof hier in deze werkelijkheid is niet zo'n probleem. Dat is tastbaar, redeneerbaar. Het wordt voor mij vervelend zodra het over God gaat. Die past nu eenmaal niet in een specifiek plaatje. Want ja, God, hoe kun je dat eigenlijk omschrijven? Volgens mij hebben ook de Oosters-geörienteerde mensen onder ons daar last van. God zit dan in de natuur. Dat is ook een uitweg.
Eeuwigheid, da's lang. Zodra ik over een begrip als 'eeuwigheid' ga nadenken, dan val ik stil. Ik klap spontaan dicht. Ik kan er helemaal niets mee. De vragen zijn eindeloos, maar geen enkel antwoord lijkt voldoende.
Ik bedoel, het is allemaal wel mooi hoor. Eeuwigheid, God, specifieke eigenschappen die je aan God toeschrijft, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Yes, ik geloof het allemaal, omdat ik nou eenmaal niet anders kan. Maar zodra ik er bij ga nadenken gaat het fout.
De duivel. Dat is de tegenspeler van God. Een realiteit in de werkelijkheid, ook dat kan ik niet ontkennen. Maar hoe is de duivel dan ontstaan? Aanwijzingen uit de bijbel suggereren dat hij van eeuwigheid aan bij God was, een engel. Maar toch kwam hij in opstand. Wat zegt dat over de betrouwbaarheid van de engelen nu? En als er dan een geestelijke strijd is, dan stel ik me dat voor als oorlog. Het lijkt me sterk dat ze die geestelijke strijd in de hemelse gewesten uitvechten door te klaverjassen. Maar, bij oorlog vallen doden, toch? Zijn engelen dan ook sterfelijk? Zo nee, wat is dan het nut van een oorlog? Want ophouden doet hij niet. Beide kanten gaan immers niet dood. En kunnen ze die geestelijke strijd dan ook niet gewoon bij zich houden? Moet dat weer over de rug van mensen? Of zou dat de enige plaats zijn waar ze fatsoenlijk kunnen vechten? Transformers here we come.
Zulke vragen zijn nog maar het topje van de ijsberg. Het gaat dezelfde kant uit als ik ga nadenken over de tijdsdimensie en God. Mooie verbanden zitten daartussen, maar ondertussen staat God buiten de tijd. Zou Hij dan overal tegelijk zijn? Kunnen wij dat ook als we dood zijn? Wat gebeurt er überhaupt als we dood gaan? En wat nu als je gecremeerd bent, mis je dan toevallig de lichamelijke opstandig? Of zou dat een teken zijn dat die niet waar kan zijn. Tegengehouden door de realiteit. (Dat lijkt me overigens niet).
En hoe zou Jezus reageren als bij Zijn terugkomst de halve wereldbevolking op de maan (of op Mars) vertoeft? Of als er toevallig net een astronautenmissie aan de gang is naar een ander sterrenstelsel. Missen die dan volledig alle gebeurtenissen als ze niet geloven? En als ze wel geloven, worden ze dan ook eventueel opgenomen?
En toch kan ik niet anders dan aannemen dat het waar is.

dinsdag 27 mei 2008

Realiteitszin #2 / Lezen voor het slapen gaan

Ik begin de nare gewoonte te ontwikkelen om voor het slapen nog even een paar bladzijden te lezen uit een boek. Meestal is dat een leesboek. Ter ontspanning. Werkt prima, ik slaap er iets sneller van in. Niet heel veel.

Vanavond begon ik aan de laatste paar bladzijden van mijn boek over intelligente mensen. Een psycholoog heeft een aardig boek geschreven waarin ik mezelf sterk herken. Ik kan goed uit de voeten met zijn tips en verhalen, hoewel ik het over het algemeen wel een beetje plat (plat in de zin van: te aards) vind. In het kader van: there's gotta be more to life.

Blijkt meneer de wetenschapper het niet mee eens! Hij introduceert namelijk de theorie van het niets. En om maar meteen met de deur in huis te vallen: 'Zielsverhuizing, reïncarnatie, eeuwig leven, aanschijn van God - het is niet aannemelijk. Het zijn verkrampte zingevingsconstructen, wensdromen om de nuchtere waarheid te ontlopen.' Dat je het weet!

Gelukkig komt er een wel doordacht vervolg antwoord: 'Dé zin van het leven bestaat niet, maar naar mijn mening is een persoonlijke zingeving essentieel in een mensenleven, een must. Een persoonlijk doel geeft kracht en motivatie en relativeert ziekte en tegenslag.' (...) 'Het menselijk brein bijvoorbeeld is 'gewoon' een product van de voortschrijdende evolutie, we spreken van bewustzijn toen zelfreflectie mogelijk werd, toen wijzelf het object werden van ons eigen denken en waarnemen.' Vervolgens in één adem een kort - argumentloos - verhaal dat de evolutietheorie én de bijbehorende Bigbang-theorie de verklaring vormen van ons leven.

En dat vind ik van een zelftoegedicht intelligent persoon jammer. Als een olifant huishouden in de religieuze porseleinkast is niet zo moeilijk. Een aantal uitspraken doen waarom God niet zou bestaan eveneens. De kille, wetenschappelijke, manier van kijken zegt daar veel over. Overhaaste generalisatie en kromme vergelijkingen zijn het gevolg. Vroeger was ik nog wel eens onder de indruk van dat soort mensen. Een hoop bombarie. Tegenwoordig lig ik er niet meer wakker van (hoewel het me nu wel van slapen afhoudt).

Maar ach, misschien is dit allemaal ook wel een persoonlijke keuze van hem. Het is zijn manier om te dealen met de werkelijkheid. Om de pijn van het niets te verzachten. Het is in elk geval wel makkelijk. Beweren dat er niets is verlost je inderdaad van een hoop ellende. Je hoeft nergens voor te leven. Maar maakt dat het waard? Sterker nog; is het waar?

Gelukkig ben ik door het lezen van zijn boek tot inzicht gekomen dat ik intelligent genoeg ben om mijn eigen keuzes te maken. En bovendien; ik ben nog nooit aannemelijk overtuigd dat God niet zou bestaan. Want wat pleit nu eigenlijk voor het niet-bestaan van God?

Realiteitszin

We are so beautiful when we sleep,
Hearts of gold and eyes so.. deep, deep, deep.
But love won't cure the chaos, and hope won't hide the loss,
And peace is not the heroine that shouts above the cause.
And love is wild for reasons, and hope though short in sight,
Might be the only thing that wakes you by surprise
surprise, surprise, surprise.

Songteksten zijn voor mij altijd een goede manier geweest om uitdrukking te geven aan gevoel, of emotie. Soms maken ze me dingen duidelijk, op andere momenten verwoorden ze wat ik voel. Een beetje afhankelijk is het wel, maar het is altijd beter dan niets.

Als gevolg hiervan krijg ik dus ook regelmatig inspiratie tot nadenken: iets spreekt me aan. Waarom spreekt het me aan? Wat zou ik er mee kunnen? Soms kan ik er bar weinig mee. Dan moet je dat volgens mij ook niet proberen.

Soms kan je er echter wel wat mee. Recentelijk kocht ik de CD 'Good Monsters' van Jars of Clay. Die gasten staan altijd hoog in mijn achting en deze klonk in de winkel ook wel aardig. En hoewel het even wennen was (een stuk moderner dan normaal) sprak ook dit keer weer de kracht van de teksten me aan.

Wat me in dit geval aansprak was het realiteitsbesef. Liefde, hoop en vrede zijn allemaal mooie begrippen. Om te krijgen, hebben of uit te delen. Maar tegelijk lossen ze uit zichzelf niet de problemen op die er zijn. Als je depressief bent, dan is het erg waardevol om onvoorwaardelijke liefde te ontvangen, te weten dat je er mag zijn. Soms lost dat het probleem op, maar soms niet. Dan is het een noodoplossing, waardoor je de oorzaken aan kan pakken.
Zo is het volgens mij met veel meer dingen, maar het lijkt vaak alsof mensen alleen maar genoegen nemen met de tijdelijke oplossing. Dan wordt je een bodemloze put, waar je steeds maar dingen in moet blijven gieten. En dat lijkt me niet de bedoeling.

maandag 26 mei 2008

Commentaar

Het leveren van commentaar gaat de meeste mensen makkelijk af. En toegegeven, ook ik kan er een aardig wat van. Het is nu eenmaal simpel om commentaar te leveren. Iets is niet mooi, lelijk, voldoet nét niet aan je verwachtingen of is simpelweg afgrijselijk. Voor jou dan.

Want wat voor jou zo is, hoeft voor een ander niet te zijn. Persoonlijk kan ik vrij slecht tegen die gedachte (ik vind dat sommige dingen gewoon écht lelijk zijn (en sommige mensen écht dom)). Maar ik zal er mee moeten leren leven dat mensen nu eenmaal allemaal verschillend zijn. En dus verschillende dingen maken en leuk vinden.

Dat maakt commentaar geven zo makkelijk. Bij schilderijen, maar ook bij geschreven tekst of bij muziek. 'Ja, nee, ik vind het toch niet zo mooi.' 'Het spreekt me niet zo aan.' 'Ik vind deze partij niet zo mooi.' 'Oh, die stem past écht niet bij dat liedje'. Vooral qua muziek kan ik er zelf ook wat van. Dat krijg je nu eenmaal als je je er mee bezig houdt. En toch. Commentaar leveren is makkelijk, maar het zelf doen, dat valt vaak tegen in de praktijk.

zondag 18 mei 2008

Adapter

Links van me liggen twee adapters. Een van 500mA en een van 200mA. Mocht dat je wat interesseren. Ik vind adapters fascinerend. Dat komt onder andere omdat ik een totale leek ben op het gebied van elektronica, maar dat terzijde. Wat ik er van begrijp is dat je er ongeveer 220V inknalt en dat er bij deze maar 9V uitkomt. En dan kan je ook nog eens kiezen uit wissel- en gelijkstroom, diverse ampèrages (ik ga er vanuit dat je het ongeveer zo schrijft) en dus ook de hoeveelheid Watt die omgezet wordt. Daar zet je dan een apparaatje mee aan de gang, zoals in mijn geval een stemapparaat voor de gitaar. Maar ook de telefoonoplader doet hetzelfde.

Het principe erachter is dat je bijvoorbeeld de telefoon niet rechtstreeks op het lichtnet aan kunt sluiten. Daar is 'ie niet voor gebouwd.

Zou het ook zo werken met God, Jezus en de bijbel?

dinsdag 13 mei 2008

Bezinning

Da's een raar iets. Over dingen nadenken en vervolgens van mening veranderen.

Of dingen laten bezinken en na twee maanden ineens heel anders in de situatie staan.

Kun je dan nog wel vertrouwen op jezelf? Als je toch steeds iets anders vindt?

Leven

"Je blog is dood."
"Ik weet het. Te druk met dingen doen. Mooie dingen."

Ik doe best veel de laatste tijd, maar ik krijg er geen woorden voor. Het is niet te beschrijven, maar wel genieten. Om de zaken eens om te draaien, want meestal is het andersom. Veel ontdekkingen moeten nog een plaatsje krijgen, of worden op een andere manier verwerkt.

Maar eigenlijk is zo'n blog ook een hype. In mijn geval een ietwat langdurige hype. I keep on tryin'. :)

donderdag 8 mei 2008

Staan voor je geloof

Als christenjongere in deze maatschappij heb je het niet altijd makkelijk. In de klas ben je een van de weinigen die gelooft en als je daar dan voor uit komt dan lig je eruit! Dat maakt het niet makkelijk om christen te zijn. Het liefst zou je een veilige omgeving hebben, waarin je geaccepteerd wordt, waar iedereen ook hetzelfde gevoel heeft. Waar je samen over het geloof kunt praten! Het allermooiste daaraan is, die plek bestaat! Want dat is de kerk! Helaas kun je daar soms weinig mee. De kerk, dat is wel leuk, maar daar heb ik niet zoveel aan. De taal die ze spreken staat ver af van mijn dagelijkse (school)werkelijkheid. Bovendien, wat ze zeggen in de kerk geloof ik wel, en ik wil dat ook echt wel doen, maar het lukt me gewoon niet. De omgeving legt zoveel druk op me!

Ik kan me dat goed voorstellen. ‘Gelukkig’ ben je niet de enige die daar last van heeft. De gemeente van Filippi (in het oude Griekenland) had daar ook last van. De wereld trok heel hard aan ze en Paulus had dat ook door. Hij schrijft ze daarom een brief. In die brief roept hij de mensen op om eensgezind te zijn, te luisteren naar de anderen en geen ruzie te zoeken. Door anders te zijn onder de mensen hoopt Paulus dat ze op zullen vallen. Door anders te zijn onder de mensen zullen ze respect krijgen, mogelijkheden om te vertellen wáárom ze anders zijn. Het sleutelwoord daarin is liefde. Dat is de uitdaging voor ons, nu. Maar dat kun je niet alleen! Daar heb je twee dingen voor nodig, de Heilige Geest die je kracht geeft en een gemeenschap die je ondersteunt, de kerk! Daar komen we samen om kracht op te doen, om samen sterk te zijn tegen de verleidingen. Misschien een uitdaging?
[post 50!]

zondag 27 april 2008

Kerkelijk inconsequent

Sorry, makkelijker kon ik de titel niet maken. Maar ik vraag me gewoon even af waarom men in de 'reformatorische gezindte' vaak (terecht) fel is tegen het selectief gebruik van losse bijbelpassages, maar men wel elke zondag heel selectief delen (vaak kleine delen) van psalmen loopt te zingen, met als gevolg dat soms een los vers geen enkele betekenis krijgt door alle bijzinnen.
Oh en dan ook nog in een vaak onbegrijpelijke vertaling.

dinsdag 22 april 2008

Zondag

De zon had weer zin in een nieuwe dag. Elke dag opnieuw, 7 dagen in de week, sleepte hij zich voort over de hemel. Van het oosten tot het westen, waar hij voldaan in de zee zakte. Elke dag opnieuw hetzelfde liedje, dat werd wel een beetje saai. Gelukkig voor hem was er de zondag. Die was niet voor niets zo genoemd. Nee, op zondag werd hij nog eens extra in het zonnetje gezet. Dan was er extra aandacht voor hem, de zon. Hij was er trots op. Ondanks dat hij elke dag aan de mensen verscheen, hadden ze hem toch een eigen dag gegeven.

Elke morgen, vlak voor hij opkomt, spreekt de zon nog even met de maan. Ze wisselen wat informatie uit over hoe die nacht was geweest en wat de mensen hadden gedaan. De maan had het allemaal goed kunnen zien en bereidde zo de zon voor op zijn nieuwe werkdag. En de zon deed aan het eind van de dag hetzelfde voor de maan. Gaandeweg de eeuwen waren ze goede vrienden geworden.

Zoals gezegd had de zon er vandaag zin in. Het gesprek dat hij had met de maan deed daar niets aan af. De maan vertelde dat het die nacht onrustig was geweest, dat er enkele mensen iets in hun schild voerden. Maar hij kon niet zo goed zien wat het was. De zon had er lak aan. Het was immers zijn dag vandaag; zondag.

Maar toen hij eenmaal aan het schijnen was, hoog boven de aarde, merkte hij dat de mensen iets aan het doen waren. Grote groepen mensen liepen door kleine smalle straten heen. Op weg naar een plaats waar nog veel meer mensen waren. Er fonkelde bij elk hoofd een klein diamantje, althans daar leek het op. Maar daar, op die ene plek waar alle mensen bij elkaar kwamen, werden de kleine diamanten een grote spiegel. De zon kreeg er hoofdpijn van. Hij snapte er niets van. Hij begon zachtjes te tranen van de felheid, waardoor er kleine wolken ontstonden. Gefrustreerd maakte hij de rest van zijn rondje af. Verdrietig om wat de mensen gedaan hadden. Boos omdat hij het niet snapte. Waarom zouden ze dat doen?

Hij vertelde die avond alles aan de maan. Het werd immers maandag, zijn speciale dag. De maan zou eens rondkijken, had hij gezegd. En dat had hij gedaan! ’s Morgens bracht hij verslag uit aan de zon. Bij het horen van wat hij zei, besloot de zon die dag maar niet te schijnen. En die dag erna ook niet. En de zondag die zou volgen, nou misschien dan weer wel.

“De mensen zijn boos op je. Je doet het eigenlijk nooit goed. Want als je veel schijnt, dan hebben ze het warm. Heb je ze nooit gezien, die gekke paraplu’s die ze opdoen als je heel hard je best doet? En hoe de mensen op het midden van de dag naar binnen vluchten omdat het te warm is buiten? Ze geven jou de schuld daarvan. En als je heel weinig schijnt, of verstopt bent achter je tranende wolken, dan zijn ze ook niet tevreden en schelden ze op je. Omdat je er nooit bent en zij je wel willen zien. En als je er dan bent, dan is het na twee dagen weer te warm. Ze hebben die spiegels neergezet zodat jij jezelf zou zien schijnen, beseffen hoe fel en warm het is.”

De zon werd verdrietig. Hoe konden de mensen dat nou doen? Ze hadden hem nodig, zagen ze dat dan niet? Maar als hij er was, dan was het nooit goed. Er was geen mogelijkheid om het goed te doen bij de mensen. Eigenwijs als ze waren. Als ze maar eens inzagen dat ze soms het warm moeten hebben, zodat hun eten kan groeien. En dat het soms koud en regenachtig is, zodat de bergen sneeuw hebben, en de rivieren water. Zodat zij, de mensen, weer kunnen leven. Ze waren niets zonder hem, maar hij kon het ze niet zeggen.

De zondag erop voelde de zon zich niet zo prettig. Hij moest wel schijnen, aan de mensen zijn licht laten zien. Maar diep van binnen voelde hij de pijn, dat de mensen hem niet begrepen. Kon hij het maar duidelijk maken, spreken, of iets laten zien. Maar niets van dit al. De zon was overgeleverd aan de gunst van de mensen.

donderdag 17 april 2008

Eigenaardig

Gisteravond betrapte ik mezelf er weer op. Eigenlijk doe ik het de laatste tijd wel vaker, maar ik praat er met niemand over. Niemand die het weet, maar ik zal vast niet de enige zijn die het doet. Dat hoop ik tenminste maar. Wat ik gisteravond deed lukt niet elke keer. Soms lukt het zelfs een week niet. Of twee weken. Want ik kan het niet alleen. Tenminste, ik kan het wel alleen, maar dan is het een stuk minder leuk. Onschuldige andere personen erbij betrekken zonder dat ze het weten is veel leuker.

Elke dag heb ik er twee kansen voor. Behalve op vrijdag en maandag, want dan fiets ik niet naar het station. En als ik dan wel op die dagen fiets, dan is het met een weekendtas, dat werkt niet.

Gisteravond ging het wel heel erg makkelijk. Toen ik uit de trein stapte, liep er al een opgeschoten knul voor me uit. Zijn fiets stond vlak bij de mijne en ik was iets eerder weg dan hij. Ha, had ik die paar seconden toch mooi meegenomen. Voor ik er erg in had was het gebeurd, we waren een wedstrijd aan het fietsen. Een korte, maar dat maakt niet uit.

Het eerste gedeelte kon ik hem makkelijk voorblijven. Wat heet, zelfs zonder mijn 3e versnelling liep ik op hem uit. Heuvel op, bocht om. Stiekem even kijken. Ja, hij zit er nog steeds. Nog maar iets harder fietsen dan. Na de derde bocht neem ik wat gas terug: nu mag hij even voorop rijden. Als hij me passeert trap ik weer even wat harder, net zo lang tot ik in zijn slipstream rijd. Zo, dat gaat best wel lastig. Hij fietst hard door. Gelukkig staan de stoplichten al uit, hoef ik daar niet voor te wachten. Als we het park in rijden lig ik een paar seconden achter. Maar juist in het park kan ik mijn achterstand weer goed maken. Gelukt, ik zit weer vlak achter hem. Bij de volgende stoplichten moet ik linksaf, maar voordat ik afsla kom ik nog net langszij. Met een bezweet hoofd feliciteer ik hem, hij heeft gewonnen.

Het klinkt een beetje apart natuurlijk, maar vrijwel altijd leg ik in een fietstocht een competitie-element. Binnen zoveel minuten van punt A naar punt B, fietser X inhalen voor een bepaald punt, zoveel kilometer in het uur gemiddeld rijden, enzovoorts. Dat houdt het een beetje leuk.

En het is ook gewoon voordelig. Als er iemand me inhaalt en hij rijdt een lekker tempo, dan ga ik er achteraan. Achter iemand aan fietsen scheelt 40% energie in vergelijking met je eigen tempo bepalen. En ik merk dat het klopt. Achter iemand aan fiets ik veel harder dan in m’n eentje. Daar kan ik van genieten.

maandag 14 april 2008

Persoonlijk nootje

"De resultaten van dit onderzoek wijzen erop dat jij intellectueel in staat bent om je bezig te houden met wat je maar wilt. Het maakt niet uit of dat studeren of werken of een combinatie van beiden is. Wat mij vooral belangrijk lijkt, is dat je dingen gaat doen waar jij je gelukkig bij voelt en die je intellectueel én emotioneel bevredigen."
Iemand een idee?

vrijdag 11 april 2008

Pijnlijke fictie

Opeens stond hij daar. Zomaar uit het niets. Van diverse kanten werden hem jaloerse blikken toegeworpen: waarom hij wel en zij niet? Hij zei dat hij het hen ook wel gegund had, maar hij kon nu niet meer terug. Die bescheidenheid kenmerkte hem al zijn hele leven, en kwam ook nu weer naar voren. Iemand vroeg hem of hij zenuwachtig was. Verdwaasd keek hij toen om zich heen. Zenuwachtig? Waarom zou ik dat moeten zijn? Eigenlijk waren zijn gedachten niet bij dat moment. Nou ja, half.

Kon zijn vader hier maar bij zijn. Wat zou hij trots geweest zijn op zijn zoon. Misschien zou hij dan ook eindelijk de erkenning krijgen die hij al zo lang mistte. Hij besefte zich dat dát misschien wat moeilijk zou gaan. Zijn vader was vorig jaar overleden. Misschien kijkt hij wel vanuit de hemel naar me, dacht hij. Maar eerlijk gezegd wist hij ook niet zeker of zijn vader wel in de hemel was, met dat eeuwige gevloek van hem. God zou hem vast de deur gewezen hebben.

De gedachte aan zijn vader liet hem maar niet los. Tegelijk liet de gedachte iets zien van een gemis in zijn leven. Ook al stond hij hier en had hij de kans iets te laten zien aan andere mensen, het telde allemaal niet. Zijn vader, die was belangrijk. Nooit was hij overtuigd geweest van zijn eigen kunnen, ook al zeiden anderen dat hij het écht wel goed kon. Het maakte hem niet uit wat zij allemaal zeiden, zijn vader moest het ook zeggen. En dat had hij nooit gedaan. Het zat hem nog steeds dwars.

Pianospelen was geen succes geworden. De witte toetsen kon hij nog wel uit elkaar houden, maar met al die zwarte toetsen ertussen door werd het te ingewikkeld. Schaken was het uiteindelijk ook niet, hoewel hij wel ver leek te komen. In de tweede ronde van het amateur-toernooi voor jongvolwassenen werd hij finaal van de tafel gespeeld. Hockey was ook zijn ding niet. De doelen waren veels te klein: raak schieten als de keeper ook nog in het doel stond was voor hem onmogelijk. Jongleren was helemaal uit de boze.

En nu stond hij opeens hier. Met een kans om het wel goed te doen. Hij vroeg zich bijna hardop af waarom hij het zou doen. Was er nog wel iets om voor te leven? Hij besloot dat er wel iets was om voor te leven, ook al wist hij nog niet wat dat zou zijn. Misschien zou hij het ontdekken na deze middag. Hij gaf aan dat hij klaar was en haalde diep adem.

Ze trokken hem het pak aan en zetten de helm op zijn hoofd. Eenmaal in de auto werd hij goed vastgeklemd. De coureur met wie hij twee rondjes zou rijden over het circuit glimlachte. Ben je er klaar voor? Hij knikte hevig. De deuren gingen dicht, daar gingen ze dan. Na twee bochten en een recht stuk wist hij het: dit was gaaf, hier zou hij voor kunnen leven. Zichtbaar genoot hij van het eerste rondje. Daar kwam de tweede ronde aan. Hij wist nu welke bochten gingen komen en waar zijn maag het meest op z’n kop stond.

Vlak voor bocht 7 ging het mis. Zijn coureur remde te weinig, waardoor de auto met teveel vaart de bocht invloog – en er weer uit. Door de snelheid begon de auto te kantelen en tolde drie keer over z’n as, om vervolgens tegen de bandenstapel tot stilstand te komen. De reddingswerkers die toegesneld waren kwamen te laat, geen overlevenden.

Misschien was het ook maar beter zo. Wat zou zijn vader daarvan vinden?

donderdag 10 april 2008

Geven

Je lijkt slechts geboren om door te geven.
Alles bestemd voor later. Kinderen groeien op, worden ouder. Ze worden ook ouder in de zin van dat ze kinderen krijgen. Het doorgeven begint weer opnieuw. Je leeft op dat moment maar deels voor jezelf. Vooral voor je kinderen. Dat zij een mooie toekomst hebben. Eigenlijk is het hele leven doorgeven.
Nooit zijn er veel momenten waarop je echt voor jezelf bezig bent. Hooguit op vakantie. Dan kun je echt doen wat je zelf wil. Maar iedereen weet dat vakantie niet voor niets 'vakantie' heet. Het is afwisseling van werk en bezig zijn. Je ontkomt er dus ook niet aan.
Is dat het allemaal wel waard? Wat zijn nu de dingen waar je van kan genieten? Zijn dat de dingen die moeten, of juist de dingen die mogen? Maar wanneer heb je daar tijd voor?
Het hele leven is in stand houden van wat al was. Meebouwen aan het collectief. Niet voor jezelf, maar voor een ander. Of voor anderen. Of voor de Ander. Dat brengt denk ik een heel ander perspectief in het leven. Het is dan ook niet afgelopen als je dood bent. Hoewel ik dat erg lastig vind, want dit leven is er niet voor niets. En het is ook erg waardevol.
Daarom lijk je ook geboren om door te geven. Uiteindelijk is het niet zo. En ook al zou het zo zijn. Genieten van het doorgeven kan ook.
Etre et Avoir is een aparte film.

maandag 7 april 2008

Droom

Soms denk ik dat mijn leven een droom is. Geen vervelende droom hoor, maar wel een droom. Alles lijkt soms zo onwerkelijk. Altijd is er wel wat te doen. Dingen die je niet voorziet. Het lukt me ook niet wakker te worden uit die droom - om echt te gaan leven.

zondag 6 april 2008

Geen flauwe humor

Ik ben vandaag tot een schokkende ontdekking gekomen: christenen mogen geen flauwe grappen maken. Die ontdekking doe ik niet op basis van een aantal gedachten, maar op een letterlijke bijbeltekst. Het is echt over met de flauwe humor aldus Kolossenzen 4:6a:
Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos;

Drukte

Je kan er niets mee, maar je doet er ook niets tegen. Tenminste, zo heb ik het. Ik blokkeer een beetje zodra ik niet meer weet wat er allemaal te doen staat, wat ik moet gaan doen, of wat mensen van me verwachten. Da's een vervelende situatie. Dan ben ik soms zo druk met druk zijn, dat ik geen tijd meer neem voor leuke dingen. En ik kan er dan ook niet echt van genieten. Dat is misschien nog wel het vervelendst. En in je eentje leuke dingen doen, da's ook niet zo'n succes. Maar wat moet je dan.

Soms kan ik een enorme drukte goed handelen, maar op een moment als nu niet. Ik denk dat het komt omdat er onbewust een hoop aan de gang is. Verwachtingen, verplichtingen en onzekerheden die nu niet direct aan de oppervlakte liggen, maar waardoor ik wel moe word. Misschien is het tijd om een to-do-lijstje te maken van alles wat ik komende week moet doen. Inclusief afwassen. En misschien moet ik ook maar eens wat gaan doen aan m'n huiswerk.

Ohja, school. En stage. M'n stage is bijna afgelopen nu. Wat gaat de tijd enorm snel. Nu moet ik al weer toe naar een afronding. Van lopende projecten en van mijn stageverslag. En daarna ligt nog een hele periode school. Die periode kan ik niet overzien, dat vind ik ook vervelend. Ik weet niet goed waar ik aan toe ben. Wanneer en welke opdrachten ik moet maken (o.a. Hebreeuws, Filosofie, Nieuwe Testament (x2) en wanneer de toetsen zijn. Pff.

En dan nog alle dingen die niet met anderen of andere dingen te maken hebben, maar gewoon met mezelf. Kan ik niet alles uitschakelen, zonder daarvoor op vakantie te hoeven gaan? Want ik wil gewoon wel alledaagse dingen blijven doen. Maar dan zonder het gezeur en vermoeiende. Maar dat gaat vast niet.

donderdag 3 april 2008

Christelijke Wii-games

De Wii is al een tijdje in ons land. Er zijn diverse uitbreidingen, spellen en dergelijke op de markt gekomen. Wat echt nog mist is een christelijk Wii-spel. Wat je gewoon kunt spelen, omdat je wéét dat het verantwoord is. Ik zal een opzetje geven.

Echt bijbelse games voor de Wii zijn niet zo moeilijk. Je zou het een Bijbelspel kunnen noemen, waarin je steeds verschillende opdrachten moet doen met je controller. Als je het level haalt, dan ga je een stapje door in de geschiedenis. We beginnen gewoon voor aan in de bijbel, en lopen zo een aantal verhalen door...

Noach: bouw een ark - Verzamel hout, sla voldoende spijkers in het hout en bouw een ark. Probeer de duif die je uitzet niet neer te slaan.
Abraham: tel de sterren aan de hemel - Als je een dubbele telt, dan ben je af.
Jakob: vechten met de engel - Probeer niet te winnen, maar als je verliest gaat het ook fout.
Mozes: laat het volk gaan - Probeer de Farao te overtuigen en deel plagen uit.
Mozes: door de Schelfzee - Laat de zee splijten.
Mozes: strijd tegen de Amalekieten - Zodra je staf zakt, verliest het volk.
Simson: de Filistijnen - Pas op dat je haar niet afgeknipt wordt.
David: maak muziek voor Saul - (Guitar Hero plug-in)
David: versla Goliath - Slinger precies raak.
Ezra: tempel herbouwen - Geef leiding aan het project.
Daniël: leeuwenkuil - Probeer niet opgegeten te worden.
Ezechiël: lig stil op je zij - Mikado voor gevorderden.
Jezus: wonderbaarlijke spijziging - Breek net zo lang tot iedereen genoeg heeft.
Petrus: vechten tegen Malchus - Sla het oor af.
Paulus: op weg naar Damascus - Lukt het je om bij Ananias te komen in het donker?
Paulus: op de Areopagus - Overtuig de Grieken.

Over mogelijk andere missies, extra features en dergelijke moet ik nog nadenken. Breng vooral ideeën in!

maandag 31 maart 2008

Morgen

‘Kom morgen maar terug, vandaag doe ik mijn eigen zin.’ Vol overtuiging had hij het uitsproken. Morgen, dan ga ik Jezus volgen. En die morgen was gekomen. Weer werd hem de vraag gesteld. Hij had geantwoord: ‘Morgen, dat zei ik gister toch ook al? Ik vind morgen een mooie dag om te beginnen.’

Het lijkt een beetje op stoppen met roken. Afvallen, of meer gaan sporten. Of om een keer aardig te zijn tegen mensen die je niet aardig vindt. Vanaf morgen, wel te verstaan. Of met het nieuwe jaar. Dat mag ook. Goede voornemens, dan heb je wat om naar uit te kijken.

Jezus volgen, dat kan ook een goed voornemen zijn. Zeker, het is altijd goed om Jezus te volgen. Maar waarom zou je er dan niet meteen mee beginnen? Net als al die andere goede voornemens. Wil je er toch stiekem niet aan? Van uitstel komt afstel. En misschien zijn het tegen die tijd wel vergeten. Dan ga ik gewoon weer mijn eigen weg.

Net als alle andere goede voornemens vraagt Jezus volgen iets van je. Alles. Sorry, simpeler kan ik het ook niet maken. En ja, wees maar niet bang, iedereen vind dat eng. Alles wat je graag deed moet op z’n kop. Of in elk geval opnieuw bekeken worden. Zijn de dingen die ik doe, wel wat Jezus wil dat ik doe?

Met die vraag kom je een heel eind. Zo kun je namelijk ook klein beginnen. Je hoeft niet in een keer je hele leven overboord te gooien. Tenminste… Wat belangrijk is, is dat je vandaag begint met Jezus willen volgen. Niet meer achter je eigen ego aanlopen, of naar je eigen geluk zoeken. Dan kom je vanzelf wel tegen waar je mee moet stoppen…
[Verschenen in het Koffiebarweekendboekje 2008]

Voorbeeld #2

Een voorbeeld geven is niet zo moeilijk. Een voorbeeld zijn wel.

zondag 30 maart 2008

Voorbeeld

Een goed voorbeeld zijn betekent niet: zeggen hoe het niet moet, maar: doen hoe het wel moet.
Da's wel een stuk lastiger.

vrijdag 28 maart 2008

Douchegel

Zouden mensen met veel lichaamshaar zich soms niet wassen met douchegel, maar met shampoo?

dinsdag 25 maart 2008

Was ik maar een trein

Vandaag was het weer raak met de treinen. Grote vertragingen als gevolg van sneeuwval. Sneeuw is niet zo uitzonderlijk. Op 25 maart al iets meer. En dan het idee dat het al Pasen is geweest. Misschien is het wel leuk om komende kerst een hittegolf te organiseren. En dan aankomende Pinksteren als het kan nog een Elfstedentocht. Lekker, snert met veel worst erin!

Maar ja, treinen dus. Ik geloof dat ik een van de weinige personen ben in Nederland die vandaag geen vertraging had, hoewel het niet veel scheelde. In Utrecht bijna nog mijn trein gemist. Dagelijks zit ik ongeveer twee uur in zo’n ding. Dat is best wel veel tijd, maar de trein is best wel comfortabel. Beter dan de bus, die bij elke rotonde een rondje moet draaien, in de file staat op de snelweg en over smalle dijkjes scheurt alsof het een vierbaanssnelweg is. En omdat ik toch een OV hebt maakt het financieel weinig uit of ik met de bus of de trein ga.

Ik zou wel eens een trein willen zijn. Gewoon, voor een dagje. Dan kwam een machinist me ophalen van het rangeerterrein. Zou hij me toespreken en ik gehoorzamen: ik zou gewoon starten en geen mankementen vertonen. En dat hij elke dag een ander heeft, nou ja, dat hoort er nu eenmaal bij.

In alle vroegte verwelkom ik dan de mensen die naar hun werk gaan. Laat ik mijn deuren sluiten en rij ik weg, op naar het volgende station. Daar zal ik wel weer wisselen van machinist en ook de conducteur zal wel anders zijn. Die van gister op het traject Amersfoort – Zwolle was trouwens niet zo lief. Hij ging heel hard omroepen in mijn microfoon dat we Zwolle hadden bereikt. Alsof de reizigers dat nog niet doorhadden.

Ik zou op tijd rijden, vriendelijk groeten naar alle andere treinen die ik tegenkwam. Niet te hard rijden, maar wel op tijd aankomen. Schoongemaakt worden door de mensen van het beheer en me dan extra goed voelen.

Ja, dat zou wat zijn. Maar ondertussen zou ik geen eigen wil hebben en alleen maar moeten doen wat anderen willen. Ik blij dat ik geen trein ben.

zondag 23 maart 2008

vrijdag 21 maart 2008

De mis in

Donderdagavond, iets voor half 8. Ik stap een kerk binnen waar ik pas één keer eerder ben geweest. Dit keer ben ik samen met Mieke. Voor haar is het de eerste keer. Best spannend. In de kerk zitten nog niet veel mensen. We nemen plaats een beetje achterin.

Als de mis begint, gaan we staan. Veel gebeurtenissen in de dienst zijn me totaal vreemd. Wij doen dat heel anders. Sowieso doen we andere dingen. Toch zijn er een hoop dingen die me aanspreken. Zoals het koor, dat veelstemmig in het Latijn een eerbiedige sfeer oproept. De wisselzang tussen koor en cantor. De diverse formulieren die gelezen worden. De teksten van de liederen, hoewel vaak in Latijn gezongen spreken vol ontzag over God. Regelmatig klinkt: Ubi caritas et amor, Deus ibi est (Waar vriendschap en liefde zijn, daar is God). Hij krijgt alle eer in deze dienst.

Vrijdagavond, iets voor half 8. Ik stap een kerk binnen. De kerk waar ik mijn hele leven al kom. Samen met mijn vrienden zoeken we een plaats. We zitten achterin, voor de verandering. Het is redelijk druk in de kerk, gelukkig maar.

Als de dienst begint gaan we staan. De gebeurtenissen in de dienst draaien zich af, precies als altijd. Zingen met het orgel, bidden om verlichting door de Geest. Dan volgt een preek. Weer zingen. Lezing van het Avondmaalsformulier en bediening van het Sacrament. Vier tafels lang. In tegenstelling tot donderdag, waar men uit de banken opstond om vooraan een hostie te halen.

De sfeer is kouder, meer gericht op het Woord. Dat is ook te merken aan de rol van de predikant. Waar in de Katholieke kerk er veel betrokkenen zijn in het leiden van de dienst, lijkt de protestantse eredienst wel een one-man-show. Veel meer gericht op het luisteren. Niet op het zien, ruiken of proeven. Hoewel, met het Avondmaal is dat wel anders. In elk geval krijgt God alle eer in deze dienst.

Ik werd meegenomen op donderdag. In een reis naar met Mysterie van Christus. Vol eerbied en ontzag werd op verschillende manieren mijn aandacht getrokken en mijn hart vervuld. En dat terwijl ik niet deelnam aan de Eucharistie.

Vrijdagavond zat ik te luisteren, als een aanhoorder van het Woord. Trok het langs me heen, maar kwam het niet dichtbij. Pas in de bediening van het Sacrament werd ik een actieve speler in de dienst.

Natuurlijk kan ik ook veel kanttekeningen plaatsen bij de gang van zaken (en inhoud) in de Mis, maar het Mysterie van Christus werd op een bijzondere manier tegenwoordig gemaakt. Ik waardeer het wel. Kunnen we enkele elementen uit zo’n mis ook niet invoegen in mijn traditie?

donderdag 20 maart 2008

Zonder titel

Op een koud en guur station,
Sta ik, 's avonds in de regen.
Denkend aan wat was,
Maar nooit meer komt.

De dagen worden langer,
maar mijn nachten korter.
Gedachten blijven dwalen.
Vormen steeds meer een verhaal.

Wat was, komt nooit meer terug.
Hoe graag ik ook zou willen.
Als de avond valt,
de nacht al komt.
Moet ik kijken naar de morgen.

dinsdag 18 maart 2008

Dwalende ogen

Wat zie je toch,
waar kijk je naar?
Je blauwe ogen gaan
steeds vluchtig
heen en weer.

Stop het! Kijk me niet aan!
Het is eng, je lijkt op mij!

De confrontatie maakt me bang.
Wat zou jij nu denken?

Helaas stap je al uit.
Had maar vaker gekeken..

maandag 17 maart 2008

Als openbaar vervoer poker was...

"NS pokert op hoog niveau en zet bussen in."

Dierenactivisten boos om verwijdering hazenlip

Van onze verslaggever – Geruchten gaan dat Marianne Thieme van de PvdD een motie wilde indienen die zou leiden tot een verbod op het verwijderen van hazenlippen. Een bron die liever onbekend wil blijven heeft getipt dat er een document klaarlag om naar de pers te gaan waarin deze wrede act tegen de dieren aan de kaak zou worden gesteld.

Je moet ergens een grens stellen, niet?

zondag 16 maart 2008

donderdag 13 maart 2008

Vragen stellen

Kinderen stellen enorm veel ‘waarom’-vragen. Ze zijn nieuwsgierig, willen dingen ontdekken. Waar ze vandaan komen, hoe ze werken. Op die manier breiden ze hun kennis van deze wereld uit en kunnen dat zelf ook gaan gebruiken. Voor een rood stoplicht moet je wachten. ‘Waarom staat een stoplicht op rood?’ Zodat het andere verkeer ook kan rijden. ‘Waarom komen ze dan niet op een ander moment daar staan, zodat ik door kan rijden?’ Dat zou niet echt een logische vervolgvraag zijn. Althans, niet voor een kind.

‘Waarom eet je die banaan nog niet op?’ Dat doe ik, omdat hij nog niet rijp is. ‘Waarom is hij nog niet rijp?’ Vruchten moeten groeien, door middel van zonlicht, voedingsstoffen en dergelijke. Zodra ze rijp zijn kun je ze eten. ‘Waarom plukken ze die vruchten dan niet pas als ze rijp zijn?’ Omdat ze ook nog vervoerd moeten worden en als ze dan al rijp zijn, dan krijgen wij ze pas als ze rot zijn. ‘Waarom verbouwen we dan niet onze eigen vruchten?’ Omdat ons weer daar niet voor geschikt is.

Eindeloos gaat het door. Sommige kinderen zijn nooit tevreden, andere zou je – bij wijze van spreken – makkelijk met een kluitje het riet in kunnen sturen. Naar mate je ouder wordt, is er steeds minder behoefte naar waarom-vragen. Enerzijds komt dat omdat je het zelf kan ontdekken, maar soms komt het ook omdat mensen die vragen gewoon niet meer stellen. Ze weten voldoende, zijn gelukkig. Op dat gebied tenminste.

Mensen die wel met hun waarom-vragen blijven rondlopen, voelen zich daardoor een stuk minder gelukkig. Want bijna niemand stelt die vragen meer. En als je ze stelt, dan weet of niemand het antwoord (nooit over nagedacht, geen behoefte aan ook) of je bent gek dat je dat vraagt. Waarom zou je dat willen weten?

Ja, dat zou ik ook wel eens willen weten. Waarom ik altijd die vragen stel. Waarom ik het zo moeilijk vind om een antwoord te accepteren, omdat er altijd wel een of ander addertje onder het gras zit. Waarom sommige mensen die vragen niet stellen, en ik wel. Waarom het niet geaccepteerd wordt dat je blijft doorvragen. En dat áls je dan een antwoord krijgt, je dat antwoord al bedacht – en verworpen – had.

Dat is best wel irritant. Vragen stellen doe je niet zomaar. Tenminste, ik niet. Vaak heb ik al nagedacht over het mogelijke antwoord. Meestal verzin ik ook wel een paar antwoorden, maar ze zijn vaak niet goed genoeg. Of ik weet niet zeker dat het een goed antwoord is. En dan sluipt er onzekerheid binnen. Over mijn antwoorden. Uit veiligheid stel ik gewoon maar domweg de vraag, net als de rest.

Leerpunt: uitspreken wat ik denk – en waarom. Meer toelichting geven bij de vraag.
Gevaar: straks weet niemand een antwoord.

dinsdag 11 maart 2008

The Far Country

Het wil wel eens gebeuren dat je je ergens niet thuis voelt. Ik ervaar dat zelf regelmatig. Ik lijk soms niet van deze wereld. Wat ik waardeer, zoek en tof vind, wijkt behoorlijk af van de gemiddelde Nederlander. Soms word ik bijna direct weggezet als achterlijk of als kortzichtig. Ach, als dat voldoening geeft...
Toch denk ik dat het wel klopt dat ik me hier niet altijd thuis voel. Soms denk ik dat het aan mij ligt. Dat ik gewoon anders ben. Helemaal, van nature. Van nature ja. Het lijkt wel alsof ik een hele andere richting op ga in het leven. Niet achter mezelf aan, of mijn eigen idealen. Dat is niet altijd makkelijk, of leuk. Maar ik denk uiteindelijk dat het wel goed is.
De titel van dit stuk heet 'the far country'. Dat is de titel van een lied van Andrew Peterson. Een begenadigd singer/songwriter uit Amerika. Hij schrijft erg beeldende en concrete teksten. Vaak over het christen zijn en de moeilijke kanten die dat meebrengt. Het is niet dat je alleen voor je lol christen bent.
The Far Country dus. Ik herken me erin. Het verduidelijkt voor mij in elk geval het 'niet thuis voelen'. Het voelt als een reis.
Father Abraham
Do you remember when
You were called to a land
And didn’t know the way

‘Cause we are wandering
In a foreign land
We are children of the
Promise of the faith

And I long to find it
Can you feel it, too?
That the sun that’s shining
Is a shadow of the truth

This is a far country, a far country
Not my home

In the dark of the night
I can feel the shadows all around me
Cold shadows in the corners of my heart

But the heart of the fight
Is not in the flesh but in the spirit
And the spirit’s got me shaking in the dark

And I long to go there
I can feel the truth
I can hear the promise
Of the angels of the moon

This is a far country, a far country
Not my home

I can see in the strip malls and the phone calls
The flaming swords of Eden
In the fast cash and the news flash
And the horn blast of war
In the sin-fraught cities of the dying and the dead
Like steel-wrought graveyards where the wicked never rest
To the high and lonely mountain in the groaning wilderness
We ache for what is lost
As we wait for the holy God
Of Father Abraham

I was made to go there
Out of this far country
To my home, to my home
Andrew Peterson - The Far Country

Een wereld van verschil

Dat is het zeker! Een heel verschil. Maar…

Het is niet het verschil tussen arm en rijk. Hoewel dat ook een wereld van verschil is. Maar daar merken wij weinig van, hier in het rijke gedeelte van de wereld. Het is eigenlijk best oneerlijk verdeeld. Maar, zolang wij het goed hebben, prima toch?

Het is niet het verschil tussen blank en zwart. Hoewel dat ook een wereld van verschil is. Dat verschil zit hem natuurlijk in de huidskleur, maar ook in de cultuur en mentaliteit. Zouden er nog meer verschillen zijn daartussen?

Het is niet het verschil tussen dag en nacht. Hoewel dat ook een wereld van verschil is. Sommige mensen vinden het juist fijn om in de nacht te leven, terwijl anderen niet zonder het licht kunnen. Ik kan niet zonder licht, maar geniet ook van de nacht.

Het is niet het verschil tussen geloven en niet geloven. Hoewel dat ook een wereld van verschil is. Een niet voor te stellen verschil. Radicaal anders. Als het goed is dan.

Het is niet het verschil tussen op vakantie gaan en weer thuis zijn. Hoewel dat ook een wereld van verschil is. Hoewel dat er wel op lijkt. Vakantie is fijn, want je bent even weg uit je dagelijkse sleur. Opnieuw opladen.

Het is het verschil tussen thuis wonen en niet thuis wonen. Da’s pas een wereld van verschil. Opeens ben je zelf verantwoordelijk voor alle aspecten van het huishouden. Schoonmaken, koken, wassen, op tijd naar bed gaan, boodschappen doen, sociale contacten, indelen van je ritme. En dat kan best wel even wennen zijn. Je eigen verantwoordelijkheid opnemen kan ook in stapjes. Dan ga je eerst op kamers en kom je elk weekend thuis. Dan blijf je weekenden weg. Uiteindelijk stap je over naar iets wat écht van jezelf is. Lijkt me een leuk verschil, trouwens.

Die zelfstandigheid past wel bij studenten. Die bepalen immers zelf hoe ze hun leven inrichten. Daarom moeten alle studenten verplicht eens op kamers gewoond hebben, of een deel van hun studie in het buitenland volgen. Ik stel voor dat er een commissie voor in het leven geroepen wordt. Zij hebben voor hun campagne een slagzin nodig. Nou goed, die heb ik alvast!

Op jezelf wonen: Een wereld van verschil.

zondag 9 maart 2008

Home improvement

Een van de Tv-series die ik vroeger het leukst vond, moet toch wel Home Improvement zijn. Om het type van de humor en om de situaties die zich voordeden, moest ik altijd hard lachen. De klusser en zijn onhandige helper, de buurman waarvan je het gezicht nooit zag. Ik vroeg me altijd af hoe zijn tuin er uit zou zien.

Sinds ik een eigen ‘home’ heb, ben ik ook wel eens aan het nadenken over improvement. Een studentenkamer is leuk, maar zou je er nog meer mee kunnen doen? Misschien is de eerste vraag zelfs wel: hoe ga ik het leuk inrichten? Ik zit inmiddels twee jaar op kamers en het bevalt me nog prima. Gelukkig heb ik ook een vrij ruime kamer. En een aparte slaapkamer. Toch droom ik ook wel eens over verbeteringen of veranderingen van huis.

Het lijkt me best leuk om helemaal op mezelf te wonen. Gewoon, helemaal je eigen ding. Als er dan haren in het doucheputje zitten, weet je zeker dat ze van jou zijn. Verschillende kamers om dingen in te doen. Een woonkamer, slaapkamer, keuken, extra kamer, enzovoorts. En afhankelijk van de situatie een balkon of een zolder.

Er zijn twee dingen die ik in zo’n huis van mezelf écht wil hebben. Gewoon, omdat het leuk is! De eerste is een ballenbak. Je weet wel, waar je vroeger in speelde bij de McDonalds. Waar je dan na tien minuten liet omroepen: “Willen de ouders van André hem uit de ballenbak komen halen? Hij heeft alle ballen op kleur gesorteerd en wil een nieuwe uitdaging.” Met een ballenbak van jezelf gebeurt dat niet. Want nadat je ze op kleur gesorteerd hebt, ga je ze om en om leggen. Mijn ballenbak is idee is niet origineel, maar ik wil het wel erg graag.

Het tweede is een kamer die volledig op z’n kop is. Lamp op de vloer, meubels op het plafond vastgezet. De deuropening dus ook andersom: je moet er echt instappen. Totaal niet functioneel, want je kunt er nergens zitten. Maar wel leuk. Een boekenkast zou wel goed kunnen, want het maakt niet uit of je die op z’n kop neerzet of niet. Zo’n kamer lijkt me erg leuk. Misschien werkt het zelfs wel gewichtsloosheid in de hand.

Wat zou jij aan je huis willen verbeteren, als je er een zou hebben?

vrijdag 7 maart 2008

Yes we can!

Het klinkt een beetje als een Bob de Bouwer (waarom schreef ik dit in eerste instantie als Bauer??) uitspraak, maar is toch afkomstig van iemand anders. Van een man met een enorm charisma. En met de kwaliteiten om een fatsoenlijk debat te voeren. Wil de echte leider opstaan? Hij heeft het gedaan. In de race om het presidentschap van de US of A staat hij voor in de peilingen. Op een vrouw, nota bene. En wat voor vrouw!
In debatten is hij sterker. Hij maakt een solide indruk, heeft - naar het schijnt - een goed programma. Hij heeft alleen één probleem. Hij is zwart. Nouja, bruin. Maar dat telt ook als zwart, tegenwoordig. Mensen gaan hem daar (figuurlijk, misschien ook wel letterlijk) op afrekenen. Er zit een diepe kloof in die samenleving. Zoals er wel veel meer kloven zijn. Hij neemt de taak op zich om die kloof te dichten, net als een beroemde voorganger van hem deed. Die kwam ongelukkig aan zijn einde (doodgeschoten). Zou er sindsdien veel veranderd zijn? Ik weet het niet.
In Nederland loopt ook zo'n man rond. Veel charisma. Alleen zijn programma is minder sterk. En zijn manier van communiceren ook. Ook hij had een voorganger (doodgeschoten). Deze man maakt echter een kloof in de samenleving, in plaats van die te dichten. Beide mannen gebruiken dezelfde taktieken. De media is hun grootste wapen. Waar in Amerika diverse artiesten en invloedrijke personen hem steunen, zie je in Nederland het tegenovergestelde. Hele protestbewegingen komen op gang. Allemaal om die ene man te stoppen. Zou het in Amerika ook zo ver komen?
Die Amerikaan heeft de steun van het volk nodig. Anders wordt hij domweg niet gekozen. Die Nederlander ook. Laten wij dan, als Nederlanders, onze stem gelden in een beweging voor eenheid. Ongeacht religie, huidskleur, afwijkingen of stemgedrag. Want wij hebben ook een stem. Je kan je echter wel machteloos voelen. Maar denk dan nog eens aan die Amerikaan en die Nederlander. Allebei hebben ze de steun van het volk nodig. Kunnen wij daar wat aan doen? Yes we can!

Te laat!

Vijf voor half twaalf. Verschrikt kijk ik nog eens op mijn horloge. Ja, het is echt vijf voor half. Opschieten dan maar, want de trein vertrekt over een kwartier. Daar moet ik nog hard voor gaan fietsen. Gelijk schiet de herinnering aan gister me weer te binnen. Dat was ongeveer een zelfde situatie, maar dan om half vier. Gisteren stormde het ook nog flink. Wind tegen op bepaalde stukken. Uitgeput was ik toen op het station aangekomen, maar de trein bleek tien minuten vertraagd. Had vast ook wind tegen.

De twijfel schiet naar binnen. Toch haasten, of er vanuit gaan dat de trein vertraging heeft? Vandaag stormt het niet. Haasten, dan maar. Ik trek mijn schoenen aan, doe mijn OV in de broekzak en gris de sleutels van het kastje af. Nog een laatste controle. Heb ik alles bij me? Ik loop met stevige passen de galerij af en sprint naar beneden. Fiets van slot, gaan met die banaan.

Over het bruggetje, langs de twee Islamitische basisscholen. Geheel terzijde hoor, maar wat doen twee Islamitische basisscholen direct naast elkaar, terwijl er twee straten verderop nóg een ligt? Zouden de kinderen van die scholen ook ruzie met elkaar maken, zoals wij dat vroeger in het dorp deden? Wij, de christenen, tegen hen, de heidenen? En dan na schooltijd afspreken bij het bos. Om oorlogje te spelen, maar dan anders… Of zouden ze gezamenlijk acties bereiden tegen de gereformeerde basisschool, die eveneens in de wijk ligt? Misschien toch maar eens vragen aan die ouders.

Terwijl ik daar over na dacht, ben ik bijna bij het station. Bij de overgang moet ik nog nét wachten op de trein naar Amersfoort. En die gaat om twee over half, maar nu met vijf minuten vertraging. Er is nog hoop. Ik knal mijn fiets op mijn vaste plekje bij het station neer. Een vast plekje, want mijn fiets staat altijd op ongeveer dezelfde plek. Net als alle andere fietsen op het station.

Ik loop richting de stationstunnel (nee, in Ede doen we niet aan stationsgebouwen) en zie daar dat de trein naar Utrecht een vertraging heeft van tien minuten. En die naar Nijmegen allemaal vijftien tot twintig minuten. Dat betekent dat ik gewoon een trein eerder heb! Het lijkt een beetje op tijdrijzen, maar dan andersom. Maar ik weet ondertussen wel wat ik morgen doe…

donderdag 28 februari 2008

[Stickman] Deel 1, 2, 3

Een tijd terug ben ik begonnen met het maken van een stripje. Het gaat over een stokje, stickman, die zich alleen op de wereld voelt. Hij besluit om naar een andere wereld te gaan. Daar maakt hij allemaal andere dingen mee. Hier deel 1, 2 en 3.
Helaas passen de plaatjes niet binnen de breedte van deze blog en is het hosten van plaatjes via deze site ook niet handig. Vandaar een link. Het verhoogt de drempel om te kijken, ik weet het.

dinsdag 26 februari 2008

Fobie

De deur gaat piepend open. Ik doe voorzichtig een stap naar binnen. Achter de balie staat een vrouw die me vriendelijk toelacht. ‘Kom verder jongeman! Hang je jas maar aan de kapstok. Heb je een afspraak?’ Voordat ik kan antwoorden ben ik al in een stoel gedrukt en krijg ik een folder in mijn handen. ‘Er komt zo wel iemand voor je.’ Terwijl ik van de schrik bekom, kijk ik de ruimte eens rond.

Het lijkt wel een kippenhok. Waarom ben ik hier eigenlijk? Ik druk de gemiddelde leeftijd met minimaal 15 jaar. Overal praten mensen met elkaar. Boven bepaalde stoelen hangen enorme afzuigkappen. En overal zijn mensen met scharen in de weer. Iedereen krijgt wel een persoonlijke behandeling.
Daar is de prijs ook wel naar.

Op deze plaats komen twee van mijn fobiën bij elkaar: verplichte gesprekken en het gegeven dat er fouten gemaakt worden zonder dat ik er iets aan kan doen. Waar ik ben? De kapper.

‘Kom maar mee.’ Daar begint het gedoe. Gelukkig krijg ik de goede kapster aangewezen. Die andere twee weten namelijk niet zo goed hoe ze moeten omgaan met mijn type haar. Als ik dan zeg: “haal er maar een paar centimeter af” sta ik kaal buiten. Gelukkig weet deze kapster aardig hoe het moet. Na de lastige vraag hoe ik het geknipt wil hebben, gaat ze aan de slag.

Opeens steekt een fobie de kop op. De vrouw naast me (eentje met zo’n afzuigkap) draait zich om en vraagt me hoe oud ik ben. Omdat het onbeleefd is om niet te antwoorden, zeg ik ‘21’. ‘Zo jong nog?!’ Ze klapt bijna achterover van verbazing. Alsof mensen van 21 niet naar de kapper moeten. ‘Oh, dan studeer je vast nog!’ zegt ze, nog enthousiaster dan net. ‘Dat klopt mevrouw, ik studeer theologie.’ Ik had het niet moeten zeggen. In elk gesprek dat ik voer, waarin ter sprake komt dat ik theologie studeer, beginnen mensen over hun persoonlijke problemen. En zo ook nu. Zelfs de kapper luisterde aandachtig mee. Te aandachtig. Opeens zucht de kapster diep. ‘Oeps!’ hoor ik haar zeggen. ‘Wat is er?’ Eigenlijk hoef ik het niet te vragen. Ik weet al hoe laat het is. ‘Nou, ik heb iets teveel er af geknipt. Maar, als ik er nog een klein stukje afhaal dan staat het nog best wel leuk, denk ik.’ Ik ga maar akkoord, wat kan ik anders doen?

Als ze eindelijk klaar is met knippen, mag ik weer gaan. Verlost! Helaas moet ik nog flink betalen om buiten te komen. Maar dan ben ik weer verlost van mijn angsten. Voor een paar maanden. Misschien is het tijd voor een thuiskapper.

maandag 25 februari 2008

Hey, Michel!

In gedachten verzonken loopt ze door het park. Hoe zou het met hem gaan? Hoe gaat het nu met zijn leven? Zou hij ook nog aan mij denken? Ze weet het niet. Ze loopt rustig verder, maar ze kan de gedachte aan hem toch niet loslaten. Negen jaar geleden hadden ze elkaar voor het laatst gezien. Ze kan het zich herinneren als de dag van gister. Het was een stralende dag in juni. Ze hadden gezoend, hoewel ze dat eigenlijk niet zo verstandig vond. Ze kon niet zo goed verklaren waarom ze dat toen onverstandig vond. Onder een oude eikenboom hadden ze elkaar nog toegefluisterd: ‘ik laat je nooit gaan.’ Hoe onnozel kon ik zijn? Nu wist ze wel beter.

Nog bijna dagelijks komt ze langs die oude eik gefietst, op weg naar haar werk. Elke keer als ze de eik ziet, denkt ze aan hem. Ze kon de gedachte vandaag weer niet omzeilen. Zou ik de enige zijn die zich zoiets herinnert? Onwillekeurig moet ze lachen bij de gedachte. Natuurlijk is zij de enige die dat doet. Normale mensen doen zoiets niet. Toch?

Telkens weer die gedachte. Hoe ze samen over straat liepen, hand in hand. Vaak nadat ze eerst bij haar thuis wat gedronken hadden. Lopend door het park, de stad in. Soms gingen ze op een bankje zitten en keken ze urenlang naar allerlei mensen. Grote mensen, kleine mensen. Blanke mensen, zwarte mensen. Uitgepraat over mensen en over elkaar leken ze nooit. Wat een heerlijke tijd was dat. Ze hoopte dat al die mensen haar ook zagen, gelukkig als ze was. Samen met hem kon ze de wereld aan. Dat mochten ze zien. Abrupt kwam er aan haar droom een einde.

“Ik moet je iets vertellen,” zei hij voorzichtig. Aan zijn toon wist ze al hoe laat het was. “Ik ga voor onbepaalde tijd naar het buitenland. Ik vertrek morgen.” Tranen stonden in haar ogen. Op het moment zelf kon ze niets zeggen, overmand door emoties. Later die dag belde ze hem op. Ze had geschreeuwd aan telefoon: “Ik wil met je mee!” Hij had heel koel de boot afgehouden. Nachtenlang lag ze huilend op bed. Had ze het niet zien aankomen? Waarom deed hij zo? Wist hij dit al langer? Alle contact werd verbroken.

Na jaren had hij haar een kaartje gestuurd. “Hoi Anouk, ik ben weer terug in Nederland. Ik woon nu in Den Haag, vlakbij het strand. Gelukkig getrouwd, word papa! Groetjes, Michel.” Auw! Wat!?... Hoe kon hij?... Meent hij dit serieus?... Ze had hem niet direct terug durven schrijven. Stel je voor dat hij zou weten dat ik nog steeds aan hem denk. Uiteindelijk had ze toch de moed gevat. Een kort kaartje met daarop de boodschap dat ze hem toch graag eens wilde zien.

Ze hadden elkaar ontmoet. Zijn vrouw was er ook bij. Het was best een gezellige middag geweest. Leuke vrouw. Hij was ook nog steeds erg leuk. Ze had niet verteld dat ze nog steeds wel kriebels voor hem had. Dat kon ze ook niet maken. Michel had honderduit verteld over zijn vrouw, over hoe ze elkaar ontmoet hadden. Ze leken zo gelukkig samen. Soms liet hij een hint vallen dat hij het jammer vond dat ze zo abrupt afscheid hadden genomen. Maar wat kon hij anders? Ook zijn hele wereld ging op de kop, en daar wilde hij haar niet in meetrekken.

Na afloop van de avond zat ze in haar auto, op weg naar huis. Halverwege stopte ze op een parkeerplaats, pakte haar pen en krabbelde wat regels op papier.

Je was mijn eerste en slechtste liefde.
Het had alleen maar zo fout kunnen gaan
Maar is dat nu niet juist de manier waarop je leert?
Hey Michel, ik wil je gewoon laten weten
Dat nu iemand anders mijn hart heeft gestolen
En een andere vrouw jouw ogen vermaakt.
Maar dat betekent niet dat ik niet aan je denk
Ik hoop alleen maar dat ze je goed behandelt.

Ze heeft hem nooit dat briefje gegeven. Misschien droomt ze het alleen maar…

donderdag 21 februari 2008

Een brief aan de premier

Betreft: Kosovo
Geachte heer Balkenende,

Via diverse media is mij ter ore gekomen dat Nederland nog even wil wachten met het erkennen van de staat Kosovo. Totdat er wat meer helderheid is en misschien de kruitdampen zijn opgetrokken. Dat bericht verbaast mij. Ik zal u uitleggen waarom. Tegelijk wil ik u duidelijk maken waarom u niet voor de onafhankelijkheid van Kosovo dient te zijn.

EU-gezanten en afgevaardigden van de VS hebben in het geheim maandenlang gewerkt aan de grondwet. Het lijkt mij zeer sterk dat u daar niets vanaf weet. Ook het gegeven dat er een Nederlandse topdiplomaat ingezet wordt, zet aan tot denken. Staan er misschien andere belangen, zoals Servische oorlogsmisdadigers op het spel? Of was er laatst niet ook al iets, waardoor de relatie met Servië onder druk kwam?

Hoe dan ook, ik wil u oproepen om die onafhankelijkheidsverklaring niet te ondertekenen. Het zou het hek van de dam betekenen. Niet alleen voor de Basken in Spanje, die ook onafhankelijk willen zijn. Dat gaat vast niet gebeuren en u bent dan medeplichtig. En natuurlijk willen we niet dat FC Barcelona haar Nederlandse spelers moet ontslaan. Ook voor de Friezen in Nederland zou het tekenen positief zijn. Al jaren broedden zij op het plan om een eigen land te beginnen. Ik geloof dat er in het diepst geheim, met medewerking van Russische en Servische ambtenaren al een begin is gemaakt aan een eigen grondwet. U zou deze ontwikkeling alleen maar stimuleren.

Geruchten gaan dat Hawaï en Californië, bij winst van John McCain ook zich willen afscheiden van de VS. Dit omdat zij voorzien dat er een langdurig wereldwijd conflict gaat ontstaan. Alaska zou ook interesse getoond hebben in die afscheiding.

U bent nu, als minister-president der Nederlanden medeverantwoordelijk voor bovenstaand scenario. De onafhankelijkheid van de Friezen zal ten koste gaan van de Waddenzee, want ze moeten ergens olie vandaan halen. Marianne Thieme stelt al genoeg kamervragen, niet? Als we gaan onderhandelen met de Friezen, stuurt u dan alstublieft Hero Brinkman. Succes verzekerd.

Een hartelijke, broederlijke groet.