Gisteravond betrapte ik mezelf er weer op. Eigenlijk doe ik het de laatste tijd wel vaker, maar ik praat er met niemand over. Niemand die het weet, maar ik zal vast niet de enige zijn die het doet. Dat hoop ik tenminste maar. Wat ik gisteravond deed lukt niet elke keer. Soms lukt het zelfs een week niet. Of twee weken. Want ik kan het niet alleen. Tenminste, ik kan het wel alleen, maar dan is het een stuk minder leuk. Onschuldige andere personen erbij betrekken zonder dat ze het weten is veel leuker.
Elke dag heb ik er twee kansen voor. Behalve op vrijdag en maandag, want dan fiets ik niet naar het station. En als ik dan wel op die dagen fiets, dan is het met een weekendtas, dat werkt niet.
Gisteravond ging het wel heel erg makkelijk. Toen ik uit de trein stapte, liep er al een opgeschoten knul voor me uit. Zijn fiets stond vlak bij de mijne en ik was iets eerder weg dan hij. Ha, had ik die paar seconden toch mooi meegenomen. Voor ik er erg in had was het gebeurd, we waren een wedstrijd aan het fietsen. Een korte, maar dat maakt niet uit.
Het eerste gedeelte kon ik hem makkelijk voorblijven. Wat heet, zelfs zonder mijn 3e versnelling liep ik op hem uit. Heuvel op, bocht om. Stiekem even kijken. Ja, hij zit er nog steeds. Nog maar iets harder fietsen dan. Na de derde bocht neem ik wat gas terug: nu mag hij even voorop rijden. Als hij me passeert trap ik weer even wat harder, net zo lang tot ik in zijn slipstream rijd. Zo, dat gaat best wel lastig. Hij fietst hard door. Gelukkig staan de stoplichten al uit, hoef ik daar niet voor te wachten. Als we het park in rijden lig ik een paar seconden achter. Maar juist in het park kan ik mijn achterstand weer goed maken. Gelukt, ik zit weer vlak achter hem. Bij de volgende stoplichten moet ik linksaf, maar voordat ik afsla kom ik nog net langszij. Met een bezweet hoofd feliciteer ik hem, hij heeft gewonnen.
Het klinkt een beetje apart natuurlijk, maar vrijwel altijd leg ik in een fietstocht een competitie-element. Binnen zoveel minuten van punt A naar punt B, fietser X inhalen voor een bepaald punt, zoveel kilometer in het uur gemiddeld rijden, enzovoorts. Dat houdt het een beetje leuk.
En het is ook gewoon voordelig. Als er iemand me inhaalt en hij rijdt een lekker tempo, dan ga ik er achteraan. Achter iemand aan fietsen scheelt 40% energie in vergelijking met je eigen tempo bepalen. En ik merk dat het klopt. Achter iemand aan fiets ik veel harder dan in m’n eentje. Daar kan ik van genieten.
Elke dag heb ik er twee kansen voor. Behalve op vrijdag en maandag, want dan fiets ik niet naar het station. En als ik dan wel op die dagen fiets, dan is het met een weekendtas, dat werkt niet.
Gisteravond ging het wel heel erg makkelijk. Toen ik uit de trein stapte, liep er al een opgeschoten knul voor me uit. Zijn fiets stond vlak bij de mijne en ik was iets eerder weg dan hij. Ha, had ik die paar seconden toch mooi meegenomen. Voor ik er erg in had was het gebeurd, we waren een wedstrijd aan het fietsen. Een korte, maar dat maakt niet uit.
Het eerste gedeelte kon ik hem makkelijk voorblijven. Wat heet, zelfs zonder mijn 3e versnelling liep ik op hem uit. Heuvel op, bocht om. Stiekem even kijken. Ja, hij zit er nog steeds. Nog maar iets harder fietsen dan. Na de derde bocht neem ik wat gas terug: nu mag hij even voorop rijden. Als hij me passeert trap ik weer even wat harder, net zo lang tot ik in zijn slipstream rijd. Zo, dat gaat best wel lastig. Hij fietst hard door. Gelukkig staan de stoplichten al uit, hoef ik daar niet voor te wachten. Als we het park in rijden lig ik een paar seconden achter. Maar juist in het park kan ik mijn achterstand weer goed maken. Gelukt, ik zit weer vlak achter hem. Bij de volgende stoplichten moet ik linksaf, maar voordat ik afsla kom ik nog net langszij. Met een bezweet hoofd feliciteer ik hem, hij heeft gewonnen.
Het klinkt een beetje apart natuurlijk, maar vrijwel altijd leg ik in een fietstocht een competitie-element. Binnen zoveel minuten van punt A naar punt B, fietser X inhalen voor een bepaald punt, zoveel kilometer in het uur gemiddeld rijden, enzovoorts. Dat houdt het een beetje leuk.
En het is ook gewoon voordelig. Als er iemand me inhaalt en hij rijdt een lekker tempo, dan ga ik er achteraan. Achter iemand aan fietsen scheelt 40% energie in vergelijking met je eigen tempo bepalen. En ik merk dat het klopt. Achter iemand aan fiets ik veel harder dan in m’n eentje. Daar kan ik van genieten.

2 opmerkingen:
Jij MAN!
Haha, dat doe ik ook hoor. Vooral van het stoplicht af en dan door ^_^
Een reactie posten