vrijdag 11 april 2008

Pijnlijke fictie

Opeens stond hij daar. Zomaar uit het niets. Van diverse kanten werden hem jaloerse blikken toegeworpen: waarom hij wel en zij niet? Hij zei dat hij het hen ook wel gegund had, maar hij kon nu niet meer terug. Die bescheidenheid kenmerkte hem al zijn hele leven, en kwam ook nu weer naar voren. Iemand vroeg hem of hij zenuwachtig was. Verdwaasd keek hij toen om zich heen. Zenuwachtig? Waarom zou ik dat moeten zijn? Eigenlijk waren zijn gedachten niet bij dat moment. Nou ja, half.

Kon zijn vader hier maar bij zijn. Wat zou hij trots geweest zijn op zijn zoon. Misschien zou hij dan ook eindelijk de erkenning krijgen die hij al zo lang mistte. Hij besefte zich dat dát misschien wat moeilijk zou gaan. Zijn vader was vorig jaar overleden. Misschien kijkt hij wel vanuit de hemel naar me, dacht hij. Maar eerlijk gezegd wist hij ook niet zeker of zijn vader wel in de hemel was, met dat eeuwige gevloek van hem. God zou hem vast de deur gewezen hebben.

De gedachte aan zijn vader liet hem maar niet los. Tegelijk liet de gedachte iets zien van een gemis in zijn leven. Ook al stond hij hier en had hij de kans iets te laten zien aan andere mensen, het telde allemaal niet. Zijn vader, die was belangrijk. Nooit was hij overtuigd geweest van zijn eigen kunnen, ook al zeiden anderen dat hij het écht wel goed kon. Het maakte hem niet uit wat zij allemaal zeiden, zijn vader moest het ook zeggen. En dat had hij nooit gedaan. Het zat hem nog steeds dwars.

Pianospelen was geen succes geworden. De witte toetsen kon hij nog wel uit elkaar houden, maar met al die zwarte toetsen ertussen door werd het te ingewikkeld. Schaken was het uiteindelijk ook niet, hoewel hij wel ver leek te komen. In de tweede ronde van het amateur-toernooi voor jongvolwassenen werd hij finaal van de tafel gespeeld. Hockey was ook zijn ding niet. De doelen waren veels te klein: raak schieten als de keeper ook nog in het doel stond was voor hem onmogelijk. Jongleren was helemaal uit de boze.

En nu stond hij opeens hier. Met een kans om het wel goed te doen. Hij vroeg zich bijna hardop af waarom hij het zou doen. Was er nog wel iets om voor te leven? Hij besloot dat er wel iets was om voor te leven, ook al wist hij nog niet wat dat zou zijn. Misschien zou hij het ontdekken na deze middag. Hij gaf aan dat hij klaar was en haalde diep adem.

Ze trokken hem het pak aan en zetten de helm op zijn hoofd. Eenmaal in de auto werd hij goed vastgeklemd. De coureur met wie hij twee rondjes zou rijden over het circuit glimlachte. Ben je er klaar voor? Hij knikte hevig. De deuren gingen dicht, daar gingen ze dan. Na twee bochten en een recht stuk wist hij het: dit was gaaf, hier zou hij voor kunnen leven. Zichtbaar genoot hij van het eerste rondje. Daar kwam de tweede ronde aan. Hij wist nu welke bochten gingen komen en waar zijn maag het meest op z’n kop stond.

Vlak voor bocht 7 ging het mis. Zijn coureur remde te weinig, waardoor de auto met teveel vaart de bocht invloog – en er weer uit. Door de snelheid begon de auto te kantelen en tolde drie keer over z’n as, om vervolgens tegen de bandenstapel tot stilstand te komen. De reddingswerkers die toegesneld waren kwamen te laat, geen overlevenden.

Misschien was het ook maar beter zo. Wat zou zijn vader daarvan vinden?

2 opmerkingen:

Rianne zei

Jammer dat hij nooit echt heeft kunnen ontdekken waarvoor hij kon leven en er ook daadwerkelijk van kon genieten en ervan kon leren :-(

Best pijnlijk verhaal wel eigelijk...

Anoniem zei

:'(